'Aanpassingen aan pseudo-eindheffing fossiele auto roepen nieuwe onzekerheden op'
In dit artikel:
De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft commentaar gegeven op het pakket Belastingplan 2027, met bijzondere aandacht voor de wijzigingen in de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s. Deze heffing treedt op grond van het Belastingplan 2026 in werking op 1 januari 2027. Het kabinet wil in 2026 geconstateerde knelpunten met nieuwe regels beperken.
De voorgestelde aanpassingen omvatten een uitzondering voor een vervangende auto die tijdens onderhoud of reparatie maximaal veertien dagen voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. Ook worden handgeschakelde auto’s die voor rijlessen worden gebruikt, uitgezonderd. Daarnaast wordt het overgangsrecht verlengd tot en met 31 december 2030. Auto’s die vóór 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, vallen daardoor pas na die datum onder de heffing.
Voor fossiele auto’s uit verhuurvloten komt tijdens het overgangsrecht een tijdelijke uitzondering. Een werkgever kan per kalenderjaar één auto maximaal zeven aaneengesloten dagen aan werknemer(s) ter beschikking stellen zonder pseudo-eindheffing. De NOB waarschuwt dat werkgevers hiervoor per voertuig moeten bijhouden of de auto eerder dat jaar privé ter beschikking is gesteld en of de termijn niet wordt overschreden. Dat kan volgens de organisatie juist extra administratieve lasten veroorzaken. De NOB stelt daarom voor de uitzondering aan de werknemer te koppelen: iedere werknemer zou eenmaal per jaar maximaal zeven dagen een fossiele auto kunnen gebruiken zonder heffing.
Ook het overgangsrecht bij fusies, overnames en concernwijzigingen is volgens de NOB onvoldoende duidelijk. Het is niet helder wanneer een nieuwe werkgever ‘in de plaats treedt’ van de oorspronkelijke werkgever en het overgangsrecht behoudt. De organisatie vraagt om een nadere uitleg van de relevante feiten en omstandigheden. Verder wil de NOB duidelijkheid voor buitenlandse werkgevers die zich vrijwillig als inhoudingsplichtige hebben aangemeld. Zij kunnen daardoor met de nieuwe heffing worden geconfronteerd, terwijl niet duidelijk is of die aanmelding kan worden beëindigd.
De NOB verwelkomt wel de verduidelijking voor grensoverschrijdende arbeid. Als een belastingverdrag het heffingsrecht over een deel van het loon aan een ander land toewijst, mag dezelfde verdeling worden toegepast op de pseudo-eindheffing. De organisatie vraagt om praktische voorbeelden in de memorie van toelichting.
Op loonheffingengebied constateert de NOB bovendien dat enkele eerder aangekondigde maatregelen ontbreken. Zo is alleen het schrappen van de gerichte vrijstelling voor personeelskorting opgenomen, terwijl andere aanbevelingen uit de evaluatie van de werkkostenregeling nog niet zijn verwerkt. Ook ontbreekt de aangekondigde ‘greentimerregeling’ voor 2029. De NOB steunt ten slotte het doel van de aandelenoptieregeling voor start-ups en scale-ups, maar vindt die regeling te ingewikkeld en te beperkt toegankelijk.
Vandaag Inside: Virgil van Dijk kritisch: 'Dát hebben we besproken, maar hebben we niet gedaan'