Achterstallig loon, vakantiedagen en transitievergoeding aan zieke werknemer betalen
In dit artikel:
Een werknemer vorderde bij de kantonrechter achterstallig loon, vakantietoeslag, uitbetaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen en een transitievergoeding na beëindiging van zijn dienstverband op 17 augustus 2025. Eerder (vonnis 8 augustus 2025) was al vastgesteld dat de werkgever een transitievergoeding van € 16.097,58 bruto verschuldigd is; partijen hielden de procedure aan zodat de werkgever bij UWV compensatie kon aanvragen.
UWV wees compensatie af: de werknemer was op het moment van einde dienstverband nog geen 104 aaneengesloten weken ziek en compensatie kan alleen worden aangevraagd nadat de transitievergoeding door de werkgever is betaald. Dat ontslaat de werkgever niet van de betalingsverplichting; de kantonrechter bevestigt dat de transitievergoeding door de werkgever moet worden betaald.
Vakantietoeslag en loon
- De werkgever had deels betalingen verricht (10 termijnen van €137,29), waardoor de vordering ten aanzien van eerder ontvangen vakantietoeslag is verminderd tot €549,16 bruto; dit bedrag wordt toegewezen.
- De kantonrechter corrigeert de eerdere berekening: vanaf het tweede ziektejaar (vanaf december 2024) heeft de werknemer slechts recht op 70% van het loon, dus vanaf dat moment moet vakantietoeslag over 70% van het loon worden berekend. Voor juni–november 2024 is de vakantietoeslag vastgesteld op €1.174,29 bruto; voor dec 2024–mei 2025 op €822 bruto; totaal voor juni 2024–mei 2025: €1.996,29 bruto.
- Ten aanzien van achterstallig loon is reeds bepaald dat de werkgever 70% loon moet betalen over 1 maart–19 mei 2025: dat is €4.474,62 bruto (maart–april €3.425,02; 1–19 mei €1.049,60).
Opbouw en uitbetaling vakantiedagen
De kantonrechter oordeelt dat vakantiedagen gedurende ziekte blijven doorlopen tot maximaal 104 weken, ongeacht dat de werknemer vanaf 20 mei 2025 een Ziektewetuitkering ontving en dat de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. De werkgever moet daarom uitbetalen: €2.249,60 bruto voor opgebouwde dagen over juni 2024–mei 2025 en €449,92 bruto voor 1 juni–17 augustus 2025; totaal €2.699,52 bruto.
Bijkomende vergoedingen en betalingsregeling
De wettelijke rente over de achterstallige bedragen wordt toegewezen. Vanwege de slechte financiële situatie van de werkgever en het staken van activiteiten per 20 mei 2025 matigt de rechter de wettelijke verhoging tot 10% (redelijke grond: betalingsonmacht, niet betalingsonwil). De kantonrechter wijst er op dat hij geen betalingsregeling kan opleggen zonder instemming van de werknemer; de werkgever kan aan de gemachtigde van de werknemer vragen om alsnog een regeling te treffen.
Kort gezegd: de werknemer krijgt toegewezen de resterende vakantietoeslag, het achterstallig (gedeeltelijk op 70% berekende) loon voor maart–mei 2025, de uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen en de eerder toegekende transitievergoeding van €16.097,58 bruto; daarnaast wettelijke rente en een gematigde verhoging van 10%.