Advies RvS: dien wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis in huidige vorm niet in

woensdag, 11 februari 2026 (11:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De Raad van State heeft recentelijk een advies uitgebracht over het wetsvoorstel "Personeelsbehoud bij crisis" en raadt aan het wetsvoorstel niet naar de Tweede Kamer te sturen, tenzij het wordt aangepast. Doel van het voorstel is bedrijven die tijdens een crisis economisch levensvatbaar blijven te helpen zoveel mogelijk personeel in dienst te houden en de arbeidsrechtelijke wendbaarheid in crisistijd te vergroten.

De Raad constateert dat het begrip "levensvatbare" bedrijven onduidelijk is uitgewerkt: er staat niet helder omschreven wat daar precies onder valt en wie die beoordeling moet maken. Daardoor is onduidelijk welke werkgevers toegang tot de voorgestelde regeling zouden krijgen. Dat gebrek aan precisering ondermijnt de rechtszekerheid voor werkgevers en werknemers.

Voor kleinschalige crises biedt de bestaande regeling voor werktijdverkorting al jarenlang effectieve steun. De Raad begrijpt dat die regeling nu in de wet wordt verankerd — een stap die de juridische zekerheid vergroot — maar merkt op dat het nieuwe voorstel de oude regeling slechts in gewijzigde vorm overneemt.

Voor grootschalige crises is de Raad sceptisch over de doeltreffendheid van het wetsvoorstel. Grote crises zijn onvoorspelbaar in aard, ernst, duur en frequentie en vragen volgens de Raad om andere instrumenten dan die voor kleinschalige problemen. Het voorstel maakt geen onderscheid in aanpak en voorziet daardoor niet adequaat in de specifieke behoeften van grootschalige noodsituaties.

Verder vindt de Raad dat de voorgestelde arbeidsrechtelijke maatregelen beperkt blijven tot crisissituaties en daarmee de algehele wendbaarheid van de arbeidsmarkt niet substantieel vergroten, terwijl de voorgestelde regels wel extra complexiteit brengen.

Kortom: zonder verduidelijking van kernbegrippen, betere uitwerking van wie wanneer aanspraak kan maken en aanpassing voor de aanpak van grootschalige crises, adviseert de Raad van State het wetsvoorstel niet in te dienen.