Alles over de fiets en de gevolgen voor de loonheffingen
In dit artikel:
Een werkgever mag een fiets voor een werknemer op drie manieren fiscaal behandelen: vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Bij een vergoeding of verstrekking geldt de waarde van de fiets als loon, maar die kan onder voorwaarden in de vrije ruimte van de werkkostenregeling vallen. Bij een fiets die alleen voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld, geldt in principe een jaarlijkse bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. Daarover zijn loonheffingen, premies en de bijdrage Zvw verschuldigd.
De regeling biedt ook ruimte voor combinatie met een cafetariaregeling of een renteloze lening. Zo kan een werknemer brutoloon inruilen voor een fiets, of een renteloze lening aflossen met een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal € 0,25 per kilometer. Voor die lening geldt geen extra loonheffing en het rentevoordeel wordt op nihil gewaardeerd.
Opvallend is dat de fietsbijtelling vanaf 2026 is aangepast voor fietsen die niet of nauwelijks bij het woonadres worden gestald, zoals ov-fietsen of hubfietsen: daarvoor geldt dan een nihilbijtelling. De wijziging werkt terug tot 1 januari 2020. Wie een fiets van de zaak thuis meer dan incidenteel stalt, blijft gewoon 7% bijtelling betalen. Een eigen bijdrage uit nettoloon mag die bijtelling wel verlagen, maar een arbeidsrechtelijke loonverlaging niet.
De Oranjezomer: William Janz zorgt voor zwoele opening van De Oranjezomer met 'Con La Misma Piedra'