Bewuste roekeloosheid werknemer niet bewezen: geen schadevergoeding voor werkgever
In dit artikel:
Een kantonrechter heeft een vordering van een werkgever tot schadevergoeding afgewezen en tegelijkertijd de werknemer toegewezen loon, wettelijke verhoging en rente toegekend. De zaak draaide om een marketingmedewerker die op 7 januari 2025 in dienst trad voor 24 uur per week (salaris €2.220 bruto per maand) en van wie de arbeidsovereenkomst van rechtswege op 30 juni 2025 afliep. Zij meldde zich ziek op 8 mei 2025. De werkgever betaalde alleen het salaris over april (op 15 mei); het salaris over mei en juni bleef onbetaald.
De werkgever vorderde schadevergoeding omdat hij meende dat de werknemer door herhaaldelijk te laat komen en het laten produceren van socialmediaposts door AI klanten had benadeeld: enkele klanten zouden facturen weigeren, creditfacturen zijn verstuurd en klanten zijn naar concurrenten vertrokken, met omzetverlies tot gevolg. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever deze beweringen onvoldoende had onderbouwd. Er is geen bewijs dat de werknemer bewust roekeloos handelde of zich bewust was van het roekeloze karakter van haar handelen. Evenmin toonde de werkgever aan dat hij de werknemer op dit gedrag had gewezen of dat er duidelijke instructies of kwaliteitseisen waren vastgelegd. Ook ontbrak bewijs dat klanten daadwerkelijk door haar handelen waren vertrokken of dat creditfacturen zijn uitgereikt. Daarom werd de schadevordering afgewezen.
Verder stelde de rechter vast dat de werkgever niet bevoegd was om loon in te houden ter compensatie van een niet-toegelicht vorderingsrecht tijdens het dienstverband. Omdat er geen gegronde schadevordering tegen de werknemer bestond, had de werkgever het loon moeten betalen. De kantonrechter kende het salaris over mei en juni 2025 toe.
Omdat betaling niet (tijdig) heeft plaatsgevonden, moet de werkgever ook de wettelijke verhoging en wettelijke rente vergoeden. De rechter matigde de wettelijke verhoging wegens het vermeende financiële probleem van de werkgever naar 40% van het te laat betaalde loon; dat komt neer op €888 per maand, in totaal €1.776 voor mei en juni. De wettelijke rente over de verhoging voor april 2025 en over het te laat betaalde salaris van mei en juni is toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (30 juni 2025).
Kernpunten en les: de werkgever kon zijn kwaliteitsklachten en financiële schade onvoldoende bewijzen en had eerst intern moeten reageren (gesprek, instructies, vastlegging) of ontbinding moeten vorderen. De werknemer behield aanspraak op loon en bijkomende wettelijke vergoedingen toen loon eenzijdig werd ingehouden zonder rechtsgrond.