Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid: interessante uitspraken
In dit artikel:
Drie recente uitspraken verduidelijken de berekening van de transitievergoeding en de compensatie daarvan bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
In de eerste zaak liep een werknemer na een fietsongeluk langdurig ziekteverlof op. Zijn loon werd vanaf 21 mei 2025 terecht stopgezet omdat hij onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Na afloop van zijn jaarcontract eindigde het dienstverband op 12 oktober 2025. De kantonrechter oordeelde dat ook de periode van de loonstop meetelt voor de transitievergoeding. Voor de berekening moet worden uitgegaan van de gemiddelde arbeidsomvang vóór de ziekmelding: 27,6 uur per week tegen een bruto uurloon van €14,77, en niet van het lagere aantal uren dat de werkgever stelde.
De tweede zaak ging over een werkgever die een langdurig zieke werknemer na gedeeltelijke werkhervatting loon betaalde voor 33 uur, maar dit uit sociale overwegingen aanvulde tot het oude niveau van 39 uur. Na een nieuwe ziekteperiode werd de arbeidsovereenkomst beëindigd en betaalde de werkgever €60.000 aan transitievergoeding. Het UWV compenseerde slechts €47.626,79, omdat de aanvulling geen directe vergoeding was voor verrichte werkzaamheden. De rechtbank ’s-Hertogenbosch bevestigde dat oordeel. Voor de compensatie telt alleen het loon mee dat volgens de arbeidsovereenkomst rechtstreeks tegenover de werkzaamheden staat.
In de derde zaak overleed een ernstig zieke werknemer nadat de werkgever al een ontslagvergunning had verkregen, maar voordat die was gebruikt. De arbeidsovereenkomst eindigde daardoor automatisch en de werkgever was wettelijk niet verplicht een transitievergoeding te betalen. Omdat hij toch uitbetaalde aan de erfgenamen, weigerde het UWV aanvankelijk compensatie. Volgens buitenwettelijk beleid kan die compensatie echter wel worden toegekend als de beëindiging vóór het overlijden concreet in gang was gezet. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een eerdere opzegging, een ontbindingsbeschikking of overeenstemming over een beëindigingsovereenkomst. Een ondertekende overeenkomst is daarbij niet altijd vereist.
Daarnaast maakte minister Hans Vijlbrief op 24 april 2026 bekend dat een geplande beperking van de compensatieregeling wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027. Een wetsvoorstel wil de regeling beperken tot kleine werkgevers, terwijl het coalitieakkoord spreekt over afschaffing voor alle werkgevers. Of het uitstel uiteindelijk afstel wordt, is daarom onzeker.
Vandaag Inside: Wilfred, Merel en Dave gaan voor prankcall In de Wandelgangen en bellen Bas Nijhuis en Chris Woerts