Conflict over verdwenen chocola leidt tot onterechte loonstop
In dit artikel:
Een werknemer van een internationaal advocaten- en notarissenkantoor meldde in april 2025 bij HR dat zij vermoedde dat een collega herhaaldelijk lunch en chocolade had meegenomen zonder daarvoor te betalen. Nadat de collega in mei had toegegeven een doosje paasbonbons te hebben weggenomen, waarschuwde de werknemer dat zij een volgend incident zou melden. In december zag zij chocolade in de lade en tas van de collega en meldde zij dit bij haar leidinggevende.
De meldingen leidden tot een vertrouwensbreuk tussen de werknemer, haar collega, de leidinggevende en HR. Een gezamenlijk gesprek kwam aanvankelijk niet van de grond, omdat partijen het niet eens werden over het doel en de voorwaarden. De werknemer voelde zich niet gesteund en vond dat zij van melder tot betrokkene was gemaakt. Zij meldde zich op 14 januari 2026 ziek.
De bedrijfsarts stelde vast dat sprake was van tijdelijke arbeidsongeschiktheid door onder meer werkgerelateerde omstandigheden. Hij adviseerde meerdere keren om gesprekken te voeren over de samenwerking en de re-integratie. De werknemer zei bereid te zijn tot overleg, maar wilde dat laten plaatsvinden binnen mediation, met geheimhouding en onder begeleiding van een onafhankelijke persoon. Zij stelde dat zij door de handelwijze van leidinggevende en HR geen veilige sfeer meer ervoer. Een gesprek met de collega vond op 19 maart wel plaats; tegen samenwerking met die collega had zij geen bezwaar, maar wel tegen samenwerking met haar leidinggevende en HR.
De werknemer gaf later aan terug te willen keren in haar eigen functie, mits dat onder begeleiding van een mediator zou gebeuren. De werkgever wilde wel een externe gespreksleider inzetten, maar niet in de formele rol van mediator. Volgens de werkgever werkte de werknemer daardoor onvoldoende mee aan haar herstel en het advies van de bedrijfsarts. Daarom zette het bedrijf haar loon per 18 april 2026 stop.
De kantonrechter oordeelt dat die loonstop onterecht was. De werknemer was bereid om gesprekken te voeren en had haar wens om geheimhouding duidelijk gemotiveerd. De werkgever maakte volgens de rechter onvoldoende duidelijk welke gerechtvaardigde bezwaren tegen geheimhouding bestonden. Ook had de bedrijfsarts niet voorgeschreven dat het gesprek zonder geheimhouding moest plaatsvinden; hij liet ruimte voor de concrete invulling en sprak juist een voorkeur uit voor een onafhankelijke gespreksleider met een mediationachtergrond. Van een weigering om aan de re-integratie mee te werken was daarom geen sprake.
De werkgever moet het loon vanaf 18 april met terugwerkende kracht betalen, evenals de bijbehorende vakantiebijslag. Omdat de betaling te laat was, komen daar wettelijke rente en een wettelijke verhoging bij. De rechter beperkt die verhoging tot 25 procent. De werknemer kan de werkgever echter niet verplichten daadwerkelijk aan mediation deel te nemen, omdat mediation op vrijwillige basis plaatsvindt.
Vandaag Inside: Strafrechtadvocaat Job Knoester reageert op beƫindiging tbs van gezinsmoordenaar Richard H.