Fiscale stimulering start-ups en scale-ups: antwoord op vragen
In dit artikel:
Het kabinet wil start-ups en scale-ups vanaf 1 januari 2027 fiscaal helpen bij het aantrekken en behouden van talent. Werknemers zouden aandelenopties daardoor aantrekkelijker als beloning kunnen ontvangen, ook wanneer het salaris lager ligt. Medewerkersparticipatie kan bovendien zorgen voor een bredere verdeling van het bedrijfsvermogen, dat nu vooral bij oprichters en investeerders ligt.
Het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups verlaagt de fiscale grondslag voor kwalificerende aandelenopties tot 65 procent. Daarmee moet de belastingdruk ongeveer aansluiten bij die van box 2. Belastingheffing wordt in beginsel uitgesteld tot de werknemer de met de opties verkregen aandelen verkoopt of anderszins liquide maakt. Zo wordt voorkomen dat werknemers belasting moeten betalen voordat zij daadwerkelijk geld uit hun investering ontvangen. Een heffing bij uitdiensttreding is daarom niet opgenomen; dat zou de regeling minder aantrekkelijk maken en strenger maken dan de reguliere regeling voor aandelenopties.
Ook na het vertrek van een werknemer kan de voormalige werkgever verantwoordelijk blijven voor de loonheffing wanneer de aandelen later worden verkocht of verhandelbaar worden. Op een voordeel dat meestal eenmalig wordt genoten, wordt de witte tabel voor bijzondere beloningen toegepast. Als er in het betreffende en voorafgaande jaar geen andere beloningen zijn, geldt het verkoopvoordeel als jaarloon. Voor werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet gelden de normale regels; de grondslagversmalling werkt daarin door.
De regeling vraagt volgens het kabinet vooral administratieve inspanningen van werkgevers. Zij moeten onder meer een beschikking bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aanvragen en onderhouden, werknemers informeren en loonheffing afdragen wanneer aandelen worden verkocht. Het kabinet verwacht dat dit uitvoerbaar is, mede omdat bedrijven doorgaans fiscale adviseurs inschakelen. De RVO-beschikking geldt acht jaar en kan maximaal drie keer met vijf jaar worden verlengd.
Optieregelingen moeten bepalen dat aandelen die door uitoefening zijn verkregen, pas twee jaar na toekenning mogen worden verkocht. Voor opties die vanaf 17 april 2025 zijn toegekend, is een overgangsregeling voorzien als zij eind 2026 nog niet zijn belast en aan alle voorwaarden voldoen. In uitzonderlijke gevallen, zoals een beursgang, verkoop van de onderneming of vrijwillige eerdere belastingheffing, kan al eerder belasting verschuldigd zijn.
De Belastingdienst en werkgevers moeten werknemers de komende jaren over de regeling informeren. Voorlichting komt onder meer in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, het Handboek Loonheffingen en via de Belastingtelefoon. Het voorstel moet nog worden aangenomen; de beoogde invoering is 1 januari 2027.
Vandaag Inside: Dave Maasland over datingserie Love Is Blind: ‘Eén grote poppenkast!’