Gebruikelijk loon en verbonden lichamen - standpunt kennisgroep loonheffing

dinsdag, 24 maart 2026 (14:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft verduidelijkt wanneer vennootschappen als "verbonden lichamen" moeten worden gezien voor de toepassing van artikel 12a Wet LB 1964 (gebruikelijk loon). Aanleiding is een casus waarin een natuurlijk persoon, Albert, 100% van de aandelen houdt in zowel X bv als Y bv en voor beide vennootschappen werkzaamheden verricht.

Individueel bezien rechtvaardigen de werkzaamheden voor X bv of Y bv geen gebruikelijk loon boven €5.000; gezamenlijk bekeken wél. De Belastingdienst stelt dat X bv en Y bv in die situatie als verbonden lichamen moeten worden aangemerkt. Daardoor moet beoordeeld worden of het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden die Albert voor beide bv’s verricht gezamenlijk het grensbedrag van €5.000 overschrijdt (artikel 12a, vierde lid).

Juridisch verwijst artikel 12a door naar artikel 10a voor de definitie van verbonden lichaam, waarin sprake is van een "ten minste een derde gedeelte belang". Uit vergelijking met soortgelijke bepalingen in de vennootschapsbelasting volgt dat een 'derde' ook een natuurlijk persoon kan zijn (bijvoorbeeld door toerekening van belangen van een partner of minderjarig kind). De Kennisgroep pleit voor een uniforme, zogenoemde helikopterbenadering: verbondenheid wordt vastgesteld zonder te differentiëren naar wiens perspectief wordt gekeken, zodat belangen van één persoon in meerdere vennootschappen tot gezamenlijke beoordeling leiden.

Praktische consequentie: aandeelhouders-directeuren met meerderheidsbelangen in meerdere bv’s moeten het gebruikelijk loon over die werkzaamheden gezamenlijk beoordelen. Dit voorkomt omzeiling van de €5.000-grens en kan leiden tot hogere loonheffing en pensioen-/socialezekerheidsconsequenties wanneer de gezamenlijke werkzaamheden een hoger gebruikelijk loon rechtvaardigen.