Gebruikelijkloonregeling in 2026: hoe zit het precies?
In dit artikel:
De gebruikelijkloonregeling geldt voor personen die werken voor een bv of coöperatie waarin zijzelf of hun fiscale partner een aanmerkelijk belang hebben (meestal vanaf circa 5% van de aandelen). Ook de fiscale partner van de aanmerkelijkbelanghouder valt mee onder de regeling als aan de fiscale-partnercriteria is voldaan (huwelijk, geregistreerd partnerschap of voldoen aan de voorwaarden voor samenwoonpartners). Bij tijdelijke of deelsjarige partnerstatus bestaat soms keuzevrijheid om het hele jaar als fiscale partners te rekenen.
Hoofdregel: vaststellen aan de hand van de hoogste van drie maatstaven
Het minimale loon waar een aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) op aangesproken wordt, is het hoogste van:
- het vaste drempelbedrag (in de praktijk veelgebruikt als norm),
- 75% van het loon van de meestverdienende werknemer in dezelfde vennootschap,
- het loon dat gebruikelijk is voor een vergelijkbare dienstbetrekking (de meest vergelijkbare baan).
De vergelijking hoeft niet exact gelijk werk te betreffen; in sommige gevallen is bijvoorbeeld het salaris van een tandarts als vergelijkingsbasis voor een orthodontist passend. Als aannemelijk is dat een andere functie meer vergelijkbaar is, mag dat lagere loon worden gehanteerd.
Uitzonderingen en mogelijkheden om lager vast te stellen
Je mag het gebruikelijk loon lager vaststellen bij aantoonbare omstandigheden, bijvoorbeeld:
- deeltijd of niet-het-hele-jaar werken (pro rata toepassen),
- structurele verliezen of zulke financiële problemen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is,
- startende ondernemingen in de opstartperiode (maximaal drie jaar vanaf het moment dat de vennootschap inhoudingsplichtig wordt; opgebouwde periode als eenmanszaak trekt in mindering).
Bij een verlaging moet je deze situatie kunnen onderbouwen; de regeling schrijft doorgaans voor dat het loon niet onder het passende wettelijk minimum voor de gewerkte uren mag komen.
Gevolgen en rekenregels
Een lagere vaststelling vermindert ook de opbouw van pensioen, omdat pensioen in de regel wordt berekend over daadwerkelijk genoten loon. Andere inkomsten van de ab-houder (zoals pensioen, lijfrente of WIA) tellen niet mee bij het bepalen van het gebruikelijk loon, ook niet wanneer ze door de bv worden uitgekeerd.
Praktische punten
- Werkzaamheden binnen een concern kunnen cumulatief voor het gebruikelijk loon meetellen: bij inzet via een management-bv mag je het loon baseren op alle werkzaamheden voor het concern, niet per vennootschap.
- Het begrip loon is het loon voor de loonbelasting inclusief loon in natura (kolom 14), en omvat ook individualiseerbare loonbestanddelen onder de werkkostenregeling of eindheffing.
Fictief loon en grensbedrag
Als een ab-houder minder ontvangt dan het vastgestelde gebruikelijke bedrag, wordt het verschil als fictief loon gezien en daarop worden loonheffingen berekend. Ontvangt de ab-houder helemaal geen loon maar is het gebruikelijke loon ≤ €5.000, dan hoeft er aan het eind van het jaar geen fictief loon te worden opgenomen; de grens van €5.000 geldt per persoon voor al zijn werkzaamheden (niet per bv).
Zekerheid over hoogte
Voor onzekerheid biedt de Belastingdienst mogelijkheid tot vooroverleg. Er zijn een checklist en een formulier om een verzoek om vooroverleg volledig in te dienen, waarmee je duidelijkheid kunt krijgen over de juiste loonhoogte. Bron: Forum Salaris / Belastingdienst.