Geen eindejaarsuitkering toekennen aan werknemer in strijd met goed werkgeverschap
In dit artikel:
Een werknemer die in januari 2024 als analist voor een jaar in dienst kwam, heeft alsnog recht op zijn eindejaarsuitkering. In zijn contract stond dat hij aan het einde van het jaar pro rata een discretionaire bonus van één bruto maandsalaris kon krijgen, afhankelijk van onder meer omzet, inzet en kwaliteit van zijn werk. Toen het dienstverband op 7 januari 2025 eindigde, had hij die uitkering nog steeds niet ontvangen.
De werkgever weigerde betaling en beriep zich op die discretionaire bevoegdheid. Volgens het bedrijf presteerde de werknemer onder de maat en kostte zijn begeleiding extra tijd en middelen. De werknemer vorderde daarop ruim € 3.700 bruto aan eindejaarsuitkering over 2024 en begin 2025.
De kantonrechter oordeelt dat een werkgever een dergelijke bevoegdheid wel mag afspreken, maar die niet onbeperkt kan inzetten. Volgens de rechter bleek uit de functioneringsgesprekken niet dat de werknemer echt slechter presteerde dan collega’s, en was de weigering bovendien onvoldoende gemotiveerd. Dat de werkgever pas later uitleg gaf, terwijl de werknemer al eerder was meegedeeld dat hij niets zou krijgen, werkte in zijn nadeel.
Daarom moet de werkgever de eindejaarsuitkering alsnog uitbetalen en een gespecificeerde loonopgave verstrekken. De gevraagde wettelijke verhoging wordt wel afgewezen, omdat het hier niet om regulier loon ging maar om een bonus die in één keer wordt uitgekeerd.
De Oranjezomer: William Janz zorgt voor zwoele opening van De Oranjezomer met 'Con La Misma Piedra'