Geen gerichte vrijstelling scholingskosten voor studietoelage kind werknemer

maandag, 10 augustus 2026 (11:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft geoordeeld dat een werkgever een studietoelage voor het kind van een werknemer niet kan laten vallen onder de gerichte vrijstelling voor scholingskosten. Ook mag de toelage niet als eindheffingsbestanddeel worden aangewezen binnen de werkkostenregeling.

In de voorgelegde situatie betaalt de werkgever rechtstreeks een jaarlijkse bijdrage aan het les- of collegegeld en een maandelijkse vergoeding voor andere studie- en opleidingskosten. Het kind heeft daarbij een zelfstandig recht op de toelage. De hoogte hangt onder meer af van het type opleiding en het dienstverband van de ouder. Bij een te hoog eigen inkomen vervalt de aanspraak en het kind moet betalings- of inschrijvingsbewijzen aanleveren.

Omdat het recht voortkomt uit de dienstbetrekking van de ouder, wordt het kind voor de loonbelasting als werknemer aangemerkt. De toelage geldt echter als loon uit vroegere dienstbetrekking: het kind verricht geen werkzaamheden als directe tegenprestatie. De werkgever van de ouder moet daarom de betaling in de loonheffingen verwerken.

De verruiming van de scholingsvrijstelling in 2021 voor scholing die verband houdt met vroegere arbeid biedt volgens de kennisgroep geen oplossing. Die maatregel was vooral bedoeld voor werknemers die uit dienst gaan, bijvoorbeeld via scholing in een sociaal plan of een ongebruikt scholingsbudget. Het kind is geen actieve of postactieve werknemer van de werkgever en valt daarom niet onder de regeling.

De Belastingdienst publiceerde het standpunt op 23 juli 2026. Het Handboek Loonheffingen van maart 2026 sluit hier nog niet volledig op aan en wordt aangepast.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Noa Vahle: 'Opvallend dat zij bijna niet genoemd worden als titelfavoriet voor de Eredivisie!'