Geen loondoorbetaling zieke werknemer, loonstop terecht

donderdag, 26 februari 2026 (08:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een werknemer trad op 12 oktober 2024 in dienst en raakte op 23 november 2024 bij een fietsongeval aan zijn schouder gewond. Sinds dat ongeval was hij arbeidsongeschikt en werkte niet meer. De werkgever stopte de loondoorbetaling per 20 mei 2025 en beëindigde het dienstverband op 12 oktober 2025. De kantonrechter moest beoordelen of die loonstop terecht was en of de werknemer nog recht had op loon en/of transitievergoeding.

De rechtbank oordeelt dat de loonstop gerechtvaardigd was. De kern van het geschil waren twee niet nagekomen afspraken bij de bedrijfsarts in Amsterdam. Uit de probleemanalyse van 1 april 2025 bleek dat de bedrijfsarts had vastgesteld dat de werknemer zich met openbaar vervoer kon verplaatsen. De werknemer stelde dat zijn fysieke toestand reizen met de trein onmogelijk maakte en verwees naar een verklaring van zijn fysiotherapeut, en vroeg om onderzoek in Utrecht of per videoconsult. De kantonrechter legt echter het beslissende gewicht bij het oordeel van de bedrijfsarts: alleen de bedrijfsarts kan de mate van belastbaarheid en belemmeringen voor reizen vaststellen. Omdat de werknemer niet naar de bedrijfsarts is gekomen en geen bezwaar bij het UWV heeft aangevraagd om het artsenstandpunt aan te vechten, concludeert de rechter dat hij zonder deugdelijke grond niet aan redelijke voorschriften heeft meegewerkt. De werkgever had de werknemer herhaaldelijk schriftelijk gewaarschuwd en aangekondigd het loon te stoppen; daarnaast was er volgens de werkgever geen enkel vertrouwen meer dat de werknemer alsnog zou meewerken aan re-integratie. Op die basis was de loonstop per 20 mei 2025 toelaatbaar op grond van artikel 7:629 lid 3 BW (onder meer sub d).

Verzoeken van de werknemer tot betaling van loon na die datum zijn daarom afgewezen.

Wel kreeg de werknemer deels gelijk over de transitievergoeding. De werkgever had op 14 november 2025 een eindafrekening voldaan waarin slechts €219,16 bruto aan transitievergoeding was opgenomen, berekend tot de datum van de loonstop. De rechtbank stelt dat de transitievergoeding ook verschuldigd is over de periode waarin een (terecht) loonstop werd toegepast, dus over 21 mei 2025 tot 12 oktober 2025. Partijen verschillen over de arbeidsomvang; de rechter stelde die vast op 27,6 uur per week op basis van loonstroken in de zes weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid. Met een overeengekomen bruto uurloon van €14,77 moet de werkgever de transitievergoeding over de gehele duur van het dienstverband berekenen en betalen, waarbij het reeds betaalde bedrag van €219,16 in mindering wordt gebracht.

Kort: loon na 20 mei 2025 niet toegewezen omdat de werknemer niet meewerkte aan redelijke bedrijfsartsafspraken; wel aanvullende transitievergoeding verschuldigd over de periode tot de beëindiging van het dienstverband.