Geen recht op uitbetalen vakantie-uren na tweede ziektejaar, wel op resterende transitievergoeding

dinsdag, 18 augustus 2026 (08:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een werknemer werd na langdurige arbeidsongeschiktheid ontslagen. Nadat het UWV op 3 november 2025 toestemming had gegeven, zegde de werkgever de arbeidsovereenkomst op 7 november op. Het dienstverband eindigde op 1 januari 2026, omdat partijen geen akkoord bereikten over beëindiging met wederzijds goedvinden.

De kantonrechter kende de werknemer €2.462,23 bruto aan aanvullende transitievergoeding toe. Het tijdens de ziekte doorbetaalde mobilitybudget gold volgens de rechter als verkapt loon en moest daarom meetellen. Ook had de werkgever bij een waarderingspremie onvoldoende weersproken een rekenfout gemaakt.

De claim op uitbetaling van vakantie-uren over het derde ziektejaar werd afgewezen. Volgens de kantonrechter geeft artikel 7:634 BW alleen recht op uitbetaling over perioden waarin de werknemer recht had op loon, in beginsel tot en met het tweede ziektejaar. Hoewel de verenigbaarheid met Europees recht ter discussie staat en hierover een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad is gesteld, ziet de rechter nu geen ruimte om van de wettekst af te wijken.

Verder moet de werkgever €2.477,13 aan ongebruikt Persoonlijk Ontwikkelbudget betalen. Eerdere verzoeken om dit budget te besteden waren afgewezen. Ook krijgt de werknemer €200 terug voor een smartwatch, omdat dit bedrag volgens de rechter dubbel was verwerkt in het sociaal verzekeringsloon en het arbeidsvoorwaardenbudget. Een ander, onvoldoende onderbouwd bedrag werd afgewezen.

BEKIJK OOK:

UEFA Conference League: Klaassen beslist duel met FC Sion