Geen verboden onderscheid door zieke werknemer geen kerstpakket te geven
In dit artikel:
Een Operator Inpak II stelde dat zijn werkgever hem sinds zijn ziekmelding geen kerstpakket meer gaf, geen bloemetje stuurde bij ziekte en hem niet meer uitnodigde voor bedrijfsuitjes — naar zijn oordeel vanwege zijn handicap/chronische ziekte. De medewerker was langdurig ziek door psychische en lichamelijke klachten; na twee jaar werd zijn contract beëindigd met een vaststellingsovereenkomst en UWV kende hem een WGA-uitkering toe (arbeidsongeschiktheid 80–100%).
De werkgever betwistte discriminatie. Hij gaf aan dat het versturen van bloemen en het organiseren van uitnodigingen via directe collega’s loopt, niet via het bedrijf, en dat werknemers hun kerstpakket zelf kunnen ophalen als ze niet bij de uitreiking aanwezig zijn. De klacht over bloemen en uitjes wees het College af omdat de werknemer zelf niet had aangevoerd dat de werkgever daarvoor verantwoordelijk is; die onderdelen van zijn verzoek waren daardoor niet-ontvankelijk.
Op basis van het medisch rapport concludeerde het College wél dat de werknemer moet worden aangemerkt als iemand met een handicap of chronische ziekte, zodat de antidiscriminatiemaatregelen van toepassing zijn. Wat het kerstpakket betreft oordeelde het College dat het ophalen door de werknemer onderdeel is van een neutrale, algemeen geldende regeling die geen direct onderscheid maakt. Hoewel zo’n regeling in het algemeen onevenredig nadelig kan uitpakken voor mensen met een handicap, lag dat hier niet het geval omdat de werknemer het pakket zelf kon komen halen. De conclusie: de werkgever heeft niet verboden onderscheid gemaakt door het achterwege laten van het kerstpakket.