Geschonken aandelen van bijna 8 miljoen aan directeur vormen geen loon

dinsdag, 10 maart 2026 (09:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De rechtbank Noord-Nederland beslist dat de schenking van alle aandelen door de enig aandeelhouder aan de directeur-opvolger — een transactie d.d. 17 juni 2022, vastgelegd in een notariële akte en gewaardeerd op €7,8 miljoen — geen loon uit dienstbetrekking vormt. De fiscus had de gift als beloning aangemerkt en een aanslag inkomstenbelasting/PVV 2022 opgelegd, waarmee het belastbaar inkomen van de directeur op ruim €8 miljoen werd gesteld. De directeur betwistte dit en stelde dat het een reële bedrijfsopvolging betrof: hij ontving de aandelen omdat hij de meest geschikte opvolger was en moest die later gratis doorgeven aan zijn eigen opvolgers; de schenker wilde de identiteit en zelfstandigheid van het familiebedrijf bewaren.

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de schenking als loon moet worden gerekend. Belangrijke overwegingen:
- De aandelen hoorden vóór de levering tot het privévermogen van de schenker; niet tot het vermogen van de werkgever van de directeur.
- Er is geen bewijs dat de werkgever de schenker (privé) voor de verarming heeft gecompenseerd, noch dat de werkgever opdracht gaf of de kosten droeg voor de schenking.
- Getuigenverklaringen maken aannemelijk dat de schenker handelde vanuit zijn rol als aandeelhouder met het doel de continuïteit en zelfstandigheid van het bedrijf te waarborgen, niet primair als werkgever die een beloning verstrekt.
- Jurisprudentie waarbij voordelen door andere concernmaatschappijen worden toegekend en door het concern gedragen niet analoog is aan deze casus; hier betreft het een natuurlijke persoon zonder betrokkenheid van concernfinanciën.
- Evenmin is gebleken dat de gift een vergoeding vormde voor door de directeur verrichte werkzaamheden (soort “fooi” of beloning van derden).

Omdat de fiscus geen feiten leverde waaruit volgt dat de werkgever uiteindelijk de rekening heeft betaald of dat de schenking in opdracht en voor rekening van de werkgever is gedaan, verklaart de rechtbank het beroep gegrond en stelt de aanslag vast conform de ingediende aangifte. Uitspraak: Rechtbank Noord-Nederland, ECLI:NL:RBNNE:2026:213.