Handhaven in 2026 met gedeeltelijke verlenging zachte landing
In dit artikel:
De Belastingdienst zet de handhaving op de kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen in 2026 voort met een gedeeltelijke verlenging van de zachte landing. In plaats van terugkeer naar reguliere handhaving per 1 januari 2026, verschijnt er opnieuw een apart Handhavingsplan arbeidsrelaties voor 2026, zoals eerder voor 2023–2025. Het doel blijft het tegengaan van schijnzelfstandigheid en het herstellen van de balans tussen werken als werknemer of als zelfstandige.
Praktische gevolgen voor 2026:
- De fiscus kan arbeidsrelaties achteraf toetsen en corrigerende aanslagen opleggen, maar gaat niet verder terug dan 1 januari 2025 (het handhavingsmoratorium werd op 1 januari 2025 opgeheven).
- Voor 2026 geldt een gedeeltelijke zachte landing: er worden geen verzuimboetes opgelegd en bedrijfsbezoeken worden ingevoerd. Andere onderdelen van de zachte landing vervallen pas per 1 januari 2027.
- In tegenstelling tot 2025 mag de Belastingdienst in 2026 wel vergrijpboetes opleggen; die zijn bestemd voor gevallen van opzet of grove schuld. Kort gezegd: lichte nalatigheden blijven in 2026 nog zonder verzuimboete, maar opzet of grove schuld kunnen worden bestraft.
- Bij boekenonderzoeken vervalt het uitgangspunt dat alleen het meest recente aangiftetijdvak wordt onderzocht; details staan in de Handleiding bedrijfsbezoeken Arbeidsrelaties 2026 (beschikbaar vanaf januari 2026).
De handhaving blijft risicogericht en omvat zowel gerichte controles op arbeidsrelaties als regulier toezicht op loonheffingenonderwerpen (zoals werkkostenregeling, sectorindeling en gebruikelijkloon). Voor 2026 zet de Belastingdienst conform politieke toezegging circa 80 fte in op dit thema, met als ambitie om per 1 januari 2027 de beoordeling van arbeidsrelaties weer volledig in de reguliere handhavingsplannen op te nemen.