Hof: Uber-chauffeurs zijn geen werknemers maar zelfstandig ondernemers
In dit artikel:
Op 27 januari 2026 heeft het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep de eis van vakbond FNV verworpen dat alle Uber-chauffeurs als werknemers moeten worden aangemerkt. De zaak draaide om de vraag of de chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben; de rechtbank Amsterdam had in 2021 nog in het voordeel van FNV geoordeeld, maar Uber ging in hoger beroep.
In 2023 had het hof prejudiciƫle vragen voorgelegd aan de Hoge Raad over de rol van ondernemerschap bij de kwalificatie van arbeidsrelaties en over hoe een oordeel voor groepen werkenden te vormen. De Hoge Raad verwijst, mede aan de hand van het Deliveroo-arrest, naar een afweging van meerdere factoren zonder vaste rangorde en waarschuwt dat uiteenlopende individuele omstandigheden een algemeen oordeel kunnen verhinderen.
Het hof concludeert dat de zes in het hoger beroep deelnemende chauffeurs zelfstandig ondernemers zijn; er was sprake van een sterke mate van ondernemerschap. Tegelijk erkent het hof dat het in andere individuele gevallen anders kan liggen, maar voor deze procedure wijst het de vorderingen van FNV af. Daarmee blijft ruimte voor toekomstige individuele claims of beleidsmaatregelen rondom platformwerk.