Houdbaarheid AOW - voorlopig geen koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting

dinsdag, 10 maart 2026 (08:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Minister Vijlbrief (SZW) antwoordt Kamerleden over de houdbaarheid van de AOW en meldt dat een directe koppeling van de AOW‑leeftijd aan de levensverwachting voorlopig van de baan is. Recente prognoses van de Studiegroep Begrotingsruimte laten een AOW‑druk zien van rond de 35% in 2033; in 2040 wordt circa 37% verwacht, in 2050 weer ongeveer 35% en in 2060 rond de 34%. De AOW‑druk vergelijkt het aantal mensen in de werkzame leeftijd (20 jaar tot AOW‑leeftijd) met het aantal AOW‑gerechtigden binnen Nederland (exclusief Nederlanders in het buitenland).

Vergelijking met het CPB‑rapport van 2019 laat zien dat de middellange termijnverwachting voor 2033 is gedaald, maar dat op langere termijn (2060) nu een hoger aantal ouderen wordt voorzien dan bij het pensioenakkoord. De prognoses van 2025 voorspellen daarnaast lagere AOW‑uitgaven als aandeel van het BBP dan in 2019, maar dit beeld hangt mede af van de toekomstige ontwikkeling van het BBP zelf.

Financiering vormt een groeiend knelpunt: het CBS constateerde in 2024 dat voor het eerst meer dan de helft van de AOW‑uitkeringen uit algemene middelen (belastinggeld) wordt betaald. De AOW‑premie is sinds 2001 gemaximeerd op 17,9%, waardoor premies structureel onvoldoende zijn om de uitgaven volledig te dekken; het Rijk vult het verschil via de begroting en dat aandeel groeit waarschijnlijk verder door vergrijzing en relatief trage groei van de beroepsbevolking.

Economische en sociale effecten van het verhogen van de AOW‑leeftijd zijn onderzocht: het CPB rekent voor dat een 1‑op‑1‑koppeling aan levensverwachting budgettaire besparingen oplevert richting 2060, maar ook leidt tot verschuivingen naar andere sociale regelingen. Op basis van cijfers 2019–2021 blijkt dat de extra uitgaven aan andere sociale zekerheidsregelingen voor de groep die later AOW krijgt ongeveer 45% van de AOW‑uitgaven bedragen; daarvan betreft circa 34 procentpunt WW, WIA en Ziektewet, met doorgaans hogere gemiddelde uitkeringsbedragen. SEO‑onderzoek vindt geen aanwijzingen dat ouderen massaal eerder gaan uitstappen naar WW, WIA of bijstand door de geleidelijke verhoging van de AOW‑leeftijd (geen actief substitutie‑effect), wel blijft men die al in een uitkering zit langer daarin (passief effect).

Het kabinet neemt een stap terug ten aanzien van het aanpassen van de koppeling en wil samen met Tweede Kamer en sociale partners alternatieven verkennen, waarbij ook samenloop met andere regelingen wordt meegenomen. Het ministerie monitort de effecten van eerdere verhogingen (AOW‑leeftijd steeg van 65 in 2013 naar 67 in 2026) jaarlijks.