Inbreuk op privacy werknemers, recht op billijke vergoeding

dinsdag, 13 januari 2026 (07:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Twee werknemers hebben van de kantonrechter gelijk gekregen nadat hun werkgever hun arbeidscontracten niet verlengde op grond van privé-WhatsAppberichten die binnen het bedrijf waren ingezien en verspreid. Een collega heeft volgens de zaak het privégesprek tussen werknemer 1 en werknemer 2 ingezien, gefotografeerd en gedeeld met leidinggevenden, waarna de werkgever dit gebruikte als aanleiding om de tijdelijke contracten niet te verlengen. De rechtbank oordeelde dat er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen die privacyschending en de beslissing tot niet-verlenging.

De werkgever had aangevoerd dat geen sprake was van inbreuk op privacy omdat het gesprek openstond op een zakelijke laptop en de inhoud werkgerelateerd en beledigend was; het maken van foto’s zou nodig zijn geweest voor waarheidsvinding. De kantonrechter weegt dit anders: inhoudelijke kritiek in een privébericht valt onder de bescherming van artikel 8 EVRM en mag niet zonder dwingende maatschappelijke noodzaak door een werkgever worden gelezen of gebruikt. Hoewel niet helder is of de collega bewust technische handelingen verrichtte om toegang te krijgen, staat vast dat zij langdurig door het gesprek heeft gescrold, foto’s maakte en die zonder toestemming verspreidde. Dat gebruik van op onrechtmatige wijze verkregen privégegevens door de werkgever vormt volgens de rechter een ernstig verwijtbare inbreuk.

De Commissie constateerde bovendien dat de werkgever zelf heeft erkend dat de door de berichten veroorzaakte vertrouwensbreuk doorslaggevend was bij de keuze om niet te verlengen. Daardoor is de privacyschending de directe oorzaak van het arbeidsrechtelijke gevolg, en is toekenning van een billijke vergoeding verplicht op grond van artikel 7:673 lid 9 BW. De rechter kent iedere betrokken werknemer een billijke vergoeding van €2.000 bruto toe.

Daarnaast krijgt werknemer 2 een transitievergoeding toegewezen: de werkgever heeft op 25 juni 2025 schriftelijk aangekondigd het contract dat op 26 november 2025 eindigde niet te verlengen, zodat het initiatief bij de werkgever lag — ook al had werknemer 2 later zelf een nieuwe baan gevonden.

De uitspraak benadrukt dat werknemers mogen vertrouwen op privacy van berichten, ook wanneer die via WhatsApp Web of een zakelijke laptop toegankelijk zijn, en dat werkgevers niet mogen steunen op onrechtmatig verkregen privé-informatie om arbeidsrechtelijke maatregelen te rechtvaardigen.