Keuzes werknemer die met pensioen gaat en rol werkgever

maandag, 29 december 2026 (10:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Werkgevers kunnen zich niet volledig verschuilen achter de pensioenuitvoerder: sinds 1 juli 2023 verplicht de Wet toekomst pensioenen (Wtp) pensioenuitvoerders om deelnemers “adequaat” te begeleiden en een keuzeomgeving in te richten. Dat neemt niet automatisch alle verantwoordelijkheden bij de werkgever weg. Volgens artikel 7:611 BW moeten werkgever en werknemer zich gedragen als respectievelijk een goed werkgever en een goed werknemer. In eerdere rechtspraak zijn werkgevers al aansprakelijk gehouden wanneer zij zich niet als goed werkgever gedroegen, al ontbreekt nog specifieke jurisprudentie over keuzebegeleiding bij pensioenstart.

Welke rol ligt er dan bij de werkgever? De kernboodschap is dat werkgevers proactief moeten zorgen dat hun (pensioengerechtigde) werknemers toegang krijgen tot goede, onafhankelijke voorlichting. Dat betekent niet dat de werkgever zelf financieel adviseur moet worden, maar wel dat hij tijdig en adequaat mogelijkheden biedt: informatiebijeenkomsten, verwijzing naar deskundigen, of het faciliteren van individuele gesprekken met een onafhankelijk pensioenadviseur.

Waar gaat het precies om? Pensioendeelnemers staan bij pensionering voor meerdere ingrijpende keuzes die per pensioenregeling verschillen (pensioenfonds vs verzekerde regeling/PPI). Belangrijke keuzes zijn bijvoorbeeld: vaste of variabele uitkering; inruil van eigen ouderdomspensioen voor partnerpensioen; en of het aantrekkelijk is om bij andere uitvoerders te “shoppen” voor een hogere uitkering. Deze opties kunnen grote financiële gevolgen hebben — niet alleen voor de gepensioneerde, maar ook voor een achterblijvende partner.

De auteur illustreert dat met drie voorbeelden:
- Een berekening toont dat vaste en variabele uitkeringen substantieel in hoogte kunnen verschillen; variabele uitkeringen kunnen aantrekkelijk zijn, maar brengen marktrisico’s mee die de uitkering tijdelijk of blijvend kunnen verlagen.
- Vergelijken tussen uitvoerders kan loont: overstappen of kiezen voor andere voorwaarden kan de toekomstige uitkering verhogen.
- Een casus uit een cursus keuzebegeleiding laat de menselijke kant zien: een werknemer met slecht nieuws van zijn arts ruilde partnerpensioen in voor een hogere eigen uitkering; na zijn overlijden bleef de partner zonder inkomen achter. Dit onderstreept hoe kwetsbaar mensen zijn in emotionele, tijdsdruk-achtige keuzemomenten.

Praktische aanbevelingen: werkgevers doen er goed aan niet te wachten op rechterlijke uitspraken, maar zelf keuzebegeleiding te faciliteren — bijvoorbeeld via trainingen voor HR en payroll, georganiseerde keuzegesprekken met een onafhankelijke financieel deskundige, en heldere communicatie over opties en risico’s. Pensioenuitvoerders bieden wel online keuzeplatforms, maar veel deelnemers raken daar nog steeds de weg kwijt; persoonlijke begeleiding voorkomt mogelijk financieel leed.

Samengevat: de wettelijke verantwoordelijkheid voor keuzebegeleiding ligt primair bij de pensioenuitvoerder, maar de werkgever heeft op grond van zijn zorgplicht een ondersteunende en faciliterende rol. Door tijdige, onafhankelijke voorlichting en het actief regelen van deskundige begeleiding kunnen werkgevers helpen dat werknemers en hun partners uiteindelijk passende en weloverwogen keuzes maken.