Kortere WW-duur en hogere WW in eerste twee maanden weinig invloed op werkgelegenheid
In dit artikel:
Een doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB), uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, laat zien dat een kortere maximale WW-duur op termijn tot een beperkte groei van de structurele werkgelegenheid kan leiden. Het effect komt neer op ongeveer 8.000 extra voltijdbanen. Een hogere of lagere WW-uitkering in de eerste twee maanden heeft naar verwachting veel minder invloed op de werkgelegenheid.
De huidige WW bedraagt 75 procent van het laatstverdiende loon in de eerste twee maanden en daarna 70 procent, met een maximale totale duur van twee jaar. Wie een kort arbeidsverleden heeft, krijgt maximaal drie maanden WW; bij een langer arbeidsverleden kan de duur oplopen met één maand per gewerkt jaar. In de berekeningen blijven de voorwaarden en de opbouw van rechten ongewijzigd.
Een kortere of lagere uitkering vergroot volgens het CPB de financiële prikkel om sneller werk te aanvaarden. Het bureau onderzocht de gevolgen voor zowel de werkgelegenheid als de overheidsfinanciën, nadat alle uitkeringsgerechtigden onder de nieuwe regels vallen. Een beperking van de WW leidt structureel tot lagere overheidsuitgaven, terwijl een hogere uitkering juist extra geld kost.
De berekeningen beschrijven situaties waarin mensen hun gedrag volledig aan het nieuwe beleid hebben aangepast. Conjuncturele effecten en mogelijke cao-afspraken die een beleidswijziging compenseren, zijn niet meegenomen. Zulke afspraken zouden het werkgelegenheidseffect waarschijnlijk verkleinen. Het CPB stelde daarnaast de elasticiteit voor de maximale uitkeringsduur bij van 0,3 naar 0,4: een verlenging van de duur met 1 procent zou de werkloosheidsduur met 0,4 procent verhogen. De elasticiteit voor de uitkeringshoogte blijft 0,8; 1 procent meer uitkering zou de werkloosheidsduur met 0,8 procent verlengen.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Belachelijk dat Jetten weer weg is als Nederland stijf van de stress staat’