Maaltijd via betaalkaart werkgever: verstrekking of loon in geld?

dinsdag, 17 februari 2026 (14:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De Kennisgroep Loonheffing Algemeen van de Belastingdienst heeft een standpunt geformuleerd over betaalkaarten die werkgevers aan werknemers uitgeven voor het kopen van maaltijden in de bedrijfskantine. Kernpunten:

- Wat en hoe: werknemers krijgen een fysieke of digitale betaalkaart gekoppeld aan zowel de werkgeversrekening als hun persoonlijke betaalrekening. De werkgever neemt rechtstreeks betalingen tot maximaal € 9 per dag en maximaal € 90 per maand voor zijn rekening; bedragen boven die limieten of boven de daglimiet worden automatisch van de persoonlijke rekening van de werknemer afgeschreven. Niet-bestede bedragen blijven binnen de maand beschikbaar, maar vervallen aan het einde van de maand.

- Voor wie en waar: het gaat om aankopen in de bedrijfskantine op de werkplek waarvan de prijs gelijk is aan de waarde in het economische verkeer (WEV). Ook maaltijden die door de werknemer worden besteld en op de werkplek worden bezorgd, vallen onder dit oordeel.

- Fiscale kwalificatie: de Belastingdienst kwalificeert de door de werkgever betaalde component (tot maximaal € 9 per dag) niet als loon in natura maar als loon in geld. De betaalkaart wordt gezien als een betaalmiddel — vergelijkbaar met een (beperkte) werkgeverscreditcard — en niet als een verstrekking of terbeschikkingstelling van goederen/diensten door de werkgever. Het instrument geeft geen onvoorwaardelijk recht op een maaltijd (verschil met bijvoorbeeld cadeaubonnen), waardoor het geen “loon in de vorm van een recht” is.

- Genietingsmoment en waardering: het belastbare deel (max. € 9) is loon in geld en wordt genoten op het moment van betaling van de maaltijd, conform artikel 13a Wet LB 1964. De specifieke waarderingsregels voor loon in natura zijn hier niet van toepassing omdat het niet als zodanig wordt aangemerkt.

- Uitzonderingen en nevenaspecten: als sprake is van een meer dan bijkomstige zakelijke maaltijd (artikel 31a lid 2 sub b Wet LB 1964), kan de betaling tot maximaal € 9 onbelast zijn binnen de werkkostenregeling. De regeling van intermediaire kosten is niet van toepassing omdat de werknemer niet in opdracht en voor rekening van de werkgever bestelt. Of een maaltijd echt geen voordeel oplevert (dus geen loon krachtens artikel 10 Wet LB 1964) hangt af van de WEV; de belastinginspecteur beoordeelt of de prijs marktconform is.

Kort advies voor werkgevers: behandel de door de werkgever betaalde component administratief als loon in geld (loonheffing toepassen), houd rekening met de dag- en maandlimieten en documenteer of prijzen in de kantine marktconform zijn voor de beoordeling door de inspecteur.