Miljoenennota 2027 en inkomensbeleid - antwoord op vragen

maandag, 28 september 2026 (14:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Minister Heinen van Financiën heeft Kamervragen beantwoord over de Miljoenennota, de begroting van Financiën en de aanvullende begroting voor 2027. Centraal staan maatregelen om werken lonender te maken, de gevolgen voor werknemers en de ontwikkeling van werkgeverspremies.

De arbeidskorting wordt in 2027 op alle knikpunten met 173 euro verhoogd. Daarvoor is 1,362 miljard euro uitgetrokken. Werkenden houden daardoor netto meer over van hun brutoloon, maar voor veel mensen verandert niet hoeveel extra werken financieel oplevert. Bij een brutojaarinkomen van 150.000 euro of meer is de arbeidskorting volledig afgebouwd en heeft de verhoging geen effect meer. Ook worden de vergoedingspercentages van de kinderopvangtoeslag verhoogd, met een budgettair belang van 365 miljoen euro.

Tegelijkertijd stijgt de belastingdruk op verschillende manieren. De tarieven in de eerste en tweede belastingschijf worden in 2027 minder sterk verhoogd dan eerder gepland: de stijging wordt met 0,06 procentpunt beperkt. Per saldo nemen de tarieven ten opzichte van 2026 echter nog steeds toe met circa 0,48 procentpunt in de eerste schijf en 0,6 procentpunt in de tweede schijf. Daarnaast worden de schijfgrenzen beperkt geïndexeerd en blijft het beginpunt van het toptarief bevroren op 78.426 euro, het niveau van 2026.

Die bevriezing levert de staat 749 miljoen euro op. Daarvan komt 317 miljoen euro door de snellere afbouw van de algemene heffingskorting en 432 miljoen euro doordat werknemers eerder in het toptarief vallen. Niet alleen mensen boven de grens worden geraakt: ook inkomens tussen het minimumloon en het toptarief krijgen een negatief effect, omdat de algemene heffingskorting in dat traject sneller wordt afgebouwd.

Volgens het kabinet hebben werkenden in de koopkrachtberekeningen per saldo de grootste verbetering ten opzichte van de ramingen uit de concept-Macro-Economische Verkenning. Dat komt vooral door de hogere arbeidskorting en de in augustus besloten beperking van de belastingtariefstijging. Het kabinet onderzoekt daarnaast een voltijdsbonus, een voordeel voor extra gewerkte uren en een arbeidskorting die per gewerkt uur wordt berekend.

De Aof-premie, waarmee arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden gefinancierd, stijgt in 2027 met 0,40 procentpunt. Dat levert ongeveer 2,1 miljard euro extra op. Een hogere premie kan volgens het CPB op langere termijn deels worden afgewenteld op werknemers via een lagere loonstijging, maar de gevolgen voor de loonruimte hangen af van cao-onderhandelingen en verschillen per sector.

Ook de Whk-premie verandert. UWV stelt deze premie zelfstandig vast. Het WGA-deel daalt door de groei van de premieplichtige loonsom, maar stijgt door hogere uitkeringslasten. Bij het Ziektewet-deel staat een kleine daling door de hogere loonsom tegenover een stijging door hogere uitgaven.

Tot slot schrapt het kabinet de eerder aangekondigde verlaging van het maximumdagloon met 20 procent. Dat geldt voor zowel nieuwe als bestaande gevallen en voor onder meer IVA-, WGA-, WAO-, WW-, ZW-, WAZO-, WIEG- en WBO-uitkeringen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen baalt van vertrek Estavana Polman bij Vandaag Inside: ‘Zij is nu eigenlijk slachtoffer’