Mogelijk uitzondering verlaging maximum dagloon voor zwangere vrouwen en ouders

dinsdag, 31 maart 2026 (18:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Minister Carola Schouten? Nee — minister Eric Wiebes? Oeps — fout. Correct: minister Vijlbrief (SZW) onderzoekt of de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon niet buiten verlofregelingen voor zwangere vrouwen en ouders gehouden kan worden. Hij reageert op Kamervragen naar aanleiding van zorgen van vakbond CNV over de impact van het kabinetsplan op zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof.

De kernzaak: het dagloon vormt de basis voor Wazo‑ en Ziektewet‑uitkeringen. Dit dagloon wordt berekend op basis van het SV‑loon, gewoonlijk als het gemiddelde dagloon over de referteperiode (gedeeld door 261 dagen). Per 1 januari 2026 is het maximumdagloon wettelijk vastgesteld op €304,25 per dag (ongeveer €6.617,44 per maand). Het voorgenomen beleid verlaagt dat maximum met 20%; daardoor verliezen mensen die meer verdienen dan 80% van het nieuwe maximum een deel van hun vergoede loon tijdens verlof.

Omvang en kwetsbare groepen: in 2024 gingen circa 13.900 vrouwen (10,4% van alle werknemersuitkeringen bij zwangerschap) met een inkomen in de categorie 80–100% van het maximumdagloon met verlof; ongeveer 8.500 vrouwen (6,4%) verdienden evenveel of meer dan het maximumdagloon. Voor 2025 zijn voorlopige cijfers vergelijkbaar voor de 80–100%‑groep. Ziektewet‑uitkeringen wegens zwangerschap blijven 100% van het maximumdagloon als de vrouw ziek wordt door haar zwangerschap; bij Wazo speelt de dagloonsystematiek echter direct mee.

Mogelijke gevolgen: lagere vergoedingen kunnen werkgevers en werknemers beïnvloeden. In 43 van 108 onderzochte cao’s wordt zwangerschaps‑ en bevallingsverlof aangevuld tot 100% van het loon; werkgevers kunnen ook buiten cao‑afspraken bijvullen, maar daarover bestaan geen landelijke cijfers. Als het maximumdagloon daalt, zullen werkgevers die cao‑afspraken hebben mogelijk meer moeten bijbetalen; het kan daarnaast werkgevers minder geneigd maken om zulke aanvulling vast te leggen. De precieze effecten op zwangerschapsdiscriminatie zijn moeilijk in te schatten.

Ook bestaat de vrees dat minder aantrekkelijke vergoedingen ouders ontmoedigen om (aanvullend) geboorteverlof of ouderschapsverlof op te nemen, omdat een substantieel deel van ouders eerder aangaf het inkomen niet te kunnen missen (verschillende onderzoeken: 15–27% noemde dat als reden; 11–18% vond het financieel niet aantrekkelijk). Dit kan op zijn beurt gevolgen hebben voor de verdeling van zorgtaken tussen ouders en mogelijk voor de vraag naar kinderopvang, maar de exacte impact is onzeker.

Vijlbrief wil de mogelijkheden onderzoeken om verlofregelingen uit te zonderen van de verlaging, met aandacht voor uitvoerbaarheid, budgettaire kaders en samenhang met andere uitkeringen. Hij bespreekt dit met sociale partners en streeft ernaar uiterlijk op Prinsjesdag een voorstel aan de Tweede Kamer te doen. Tegelijkertijd wordt een beleidsevaluatie van betaald ouderschapsverlof vóór de zomer verwacht, die moet toetsen hoe het verlof bijdraagt aan gelijkere zorgtaken en arbeidsparticipatie van vrouwen.