Nieuw pensioenstelsel en lifecycle werknemer

woensdag, 31 december 2026 (11:05) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Werkgevers met een eigen pensioenregeling moeten hun personeel actief informeren over de gevolgen van de overstap naar een Wtp-regeling (Wet toekomst pensioenen). Pensioenaanpassingen raken niet alleen de ouderdomspensioenopbouw, maar ook nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioenen. Hieronder de belangrijkste inhoudelijke punten en praktische aandachtspunten per levensgebeurtenis.

Algemene keuze: vlakke premie vs. leeftijdsafhankelijke premiestaffel
- Als de oude regeling al een vlakke premie kende en het nieuwe premiepercentage en de beleggingsmogelijkheden niet verslechteren, verandert er voor deelnemers weinig. Meestal ligt de situatie echter anders: veel oude regelingen werken met een premiestaffel die oploopt met de leeftijd. De nieuwe Wtp-regelingen werken met een vaste (vanaf jong tot oud gelijke) premiestaffel, wat oudere deelnemers relatief kan benadelen.
- Werkgevers kunnen ervoor kiezen bestaande deelnemers te laten meelopen op het oude stelsel (eerbiedigende werking). Dan verandert de opbouw voor hen niet; nieuwe werknemers instromen in de Wtp-regeling. Overgangsdatum moet uiterlijk 1 januari 2028 gerealiseerd zijn.

Instemming, rol OR en compensatie
- Als een werkgever bestaande deelnemers verplicht naar de nieuwe regeling wil overzetten zonder eerbiedigende werking, is instemming van de werknemer nodig; bij grotere organisaties speelt de ondernemingsraad een rol.
- Bij nadelige gevolgen voor oudere deelnemers is werkgever op grond van de Pensioenwet verplicht adequate compensatie te bieden. Compensatie kan bestaan uit extra pensioenbijdragen (tot 2037) of — vaker voorkomend — salariscompensatie, periodiek of eenmalig, zodat werkgevers individueel kunnen regelen. Werknemers moeten daarom vragen om doorrekeningen van oud versus nieuw pensioen.

Gevolgen bij ontslag en keuzes rondom vertrek
- De overgang kan gevolgen hebben voor de verhouding tussen pensioenverwachting en transitievergoeding: achteruitgang in pensioenopbouw door een overgang wordt nu nog meestal niet meegenomen in berekening van de transitievergoeding. Rechtszaken hierover komen voor; uitspraken moeten duidelijkheid brengen over vergoeding van dit verlies.
- Soms is het financieel aantrekkelijker voor ouderen om ontslag pas na de overstap te regelen, omdat compensatie vaak wordt uitgekeerd terwijl men dan nog in dienst is. Ook de duur van het dienstverband bij de overstap beïnvloedt de hoogte van compensatie. Werknemers die minder willen gaan werken, doen er goed aan zo’n besluit mogelijk uit te stellen tot na de transitie.

Risicodekking bij einde dienstverband
- Bij uitdiensttreding stopt normaal de dekkingspremie voor nabestaandenpensioen; daarom introduceert de Wtp een wettelijke uitloopdekking van drie maanden voor partner- en wezenpensioen. Werkgevers of sociale partners kunnen die termijn verlengen tot zes maanden.
- Werknemer en werkgever kunnen vrijwillig risicodekking langer laten voortzetten door (een deel van) het gespaarde ouderdomspensioen te benutten om tijdelijke risicopremies te betalen.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid
- Loopt een werknemer ziekte of is er vrijstelling van premie tijdens ziekte begonnen onder de oude regeling, dan geldt overgangsrecht: de oude regeling bepaalt hoogte en voortzetting van premies. Voor arbeidsongeschikten die instromen in een Wtp-regeling vervalt in veel gevallen het recht op premievrije voortzetting onder de oude regeling; dat knelpunt wordt aangepakt in het Wetsvoorstel toezeggingen Wtp e.a., dat eind 2025 naar de Raad van State is gestuurd om uitvoerbaarheid en bescherming te verbeteren.
- In regelingen met een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen blijft deze aanvulling in principe ongewijzigd: bij verzekerde regelingen blijft een vaste uitkering bestaan, naast eventuele WIA-uitkering.

Nabestaandenpensioen (partner- en wezenpensioen)
- Het nieuwe partnerpensioen wordt een percentage van het pensioengevende salaris en is niet langer afhankelijk van het aantal dienstjaren. Dit kan vooral voordelig zijn voor lagerbetaalden, omdat relatief meer van hun salaris als grondslag geldt. In praktijk is het maximaal verzekerd partnerpensioen veelal 50% van het salaris, maar dat is vaak niet nodig om het oude niveau te evenaren.
- Er blijven mogelijkheden bestaan voor een tijdelijke aanvullende nabestaandenoverbrugging tot AOW-leeftijd. In sommige verzekerde regelingen blijft er bovendien een premievrije aanspraak uit het oude stelsel bestaan, naast het Wtp-partnerpensioen.
- Het wezenpensioen wordt gekoppeld aan hetzelfde pensioengevend salaris en is maximaal 20% daarvan; bij volle wezen is verdubbeling mogelijk.

Praktische adviezen voor werknemers
- Vraag expliciete doorrekeningen op (oud versus nieuw) en beoordeel die goed — maak gebruik van pensioenspreekuren of extern advies als de werkgever die aanbiedt.
- Let op timing van belangrijke beslissingen (bijv. deeltijd gaan werken of ontslag nemen) omdat die van invloed kunnen zijn op compensatie.
- Houd contact met de OR indien sprake van collectieve wijzigingen en vraag naar de vorm van compensatie (salaris of pensioenbijdrage) en of nieuwe medewerkers meeprofiteren van eventuele afspraken.

Kortom: de overstap naar de Wtp kan voor veel werknemers betekenisvolle financiële gevolgen hebben, vooral voor oudere deelnemers en bij levensgebeurtenissen zoals ziekte, ontslag en overlijden. Werkgevers zijn verplicht te informeren en — indien nodig — te compenseren; werknemers moeten waakzaam zijn en actief informatie en doorrekeningen vragen.