Onterecht leasetermijnen auto ingehouden op eindafrekening
In dit artikel:
Een werknemer die per 26 september 2025 zijn dienstverband opzegde om bij een concurrent te gaan werken, kreeg van de kantonrechter gelijk dat zijn werkgever onterecht drie leasetermijnen heeft ingehouden op de eindafrekening. De auto was op 15 september 2025 ingeleverd; de werkgever hield daarop in totaal € 2.430,60 in. De werknemer vorderde een nieuwe eindafrekening en (betaling van) het verschil, plus wettelijke verhoging, en vroeg tevens dat de werkgever zou meewerken aan overdracht van het leasecontract aan zijn nieuwe werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever slechts kosten mag doorberekenen die verband houden met afkoop of voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst. In de tussen partijen geldende gebruiksovereenkomst (afgesloten in 2024 voor vier jaar) staat die beperking expliciet. Tijdens de zitting gaf de werkgever zelf aan dat er geen sprake was van afkoop of beëindiging van de lease, maar dat de auto bij de zaak stond; dat vormt volgens de rechter geen grondslag voor inhouding van leasetermijnen. Ook de btw over advocaatkosten mocht niet op de eindafrekening worden ingehouden.
Het verzoek van de werknemer om de werkgever te dwingen mee te werken aan overdracht van het leasecontract aan de nieuwe werkgever werd afgewezen. De gebruiksovereenkomst maakt overdracht mogelijk, maar de werknemer had de keuze daarvoor uiterlijk bij het einde van de arbeidsovereenkomst moeten maken; dat is niet gebeurd. Bovendien vereist overdracht schriftelijke instemming van de nieuwe werkgever en geen bezwaar van de leasemaatschappij, voorwaarden die niet zijn aangetoond. De kantonrechter stelde bovendien dat het concurrentiebeding pas per 1 juli 2026 wordt geschorst, zodat een onmiddellijke overdracht niet afdwingbaar is.
De werkgever moet een nieuwe eindafrekening opstellen zonder leasetermijnen en zonder btw over advocaatkosten en het verschil met de eerdere afrekening betalen: € 2.532,77 (€ 2.430,60 + € 102,17). Daarnaast krijgt de werknemer een wettelijke verhoging, beperkt door de rechter tot 10%.