Ontslag om bedrijfseconomische redenen: transitievergoeding en vakantiedagen betalen
In dit artikel:
De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst van een werknemer ontbonden wegens bedrijfseconomische redenen; het dienstverband eindigt op 1 maart 2026. Werkgever had in 2021 een nieuwe functie gecreëerd om werkzaamheden van financial controllers te centraliseren en zo efficiency te winnen. Die maatregel bleek echter niet het beoogde effect te hebben: volgens de werkgever leidde de functie juist tot extra afstemming, vertraging en dubbel werk, waarna werkzaamheden structureel over andere functies zijn herverdeeld. De werknemer hield vol dat zij naar tevredenheid werkte en dat haar taken nog steeds binnen de organisatie worden uitgevoerd, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De rechter oordeelde dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de functie geen (meer) toegevoegde waarde bood en dat het vervallen ervan bedrijfseconomisch noodzakelijk was. Het herplaatsingsonderzoek is zorgvuldig en inzichtelijk uitgevoerd: beschikbare vacatures en redenen waarom die niet passend waren zijn concreet toegelicht. De werknemer had, als zij van passende functies overtuigd was, zelf concreet moeten aangeven welke functies dat zouden zijn; dat heeft ze niet gedaan. Daarmee is voldaan aan de herplaatsingsverplichting.
Partijen waren het eens over het recht op een transitievergoeding, maar hadden ruzie over de bonuscomponent. Op grond van artikel 3 lid 1 sub c van het Besluit loonbegrip en transitievergoeding moet de gemiddelde bonus over de drie kalenderjaren vóór einde dienstverband worden genomen. In de drie relevante jaren is alleen in 2023 een bonus van €5.000 toegekend; het gemiddelde komt daarmee uit op €138,89 bruto per maand. Bij een dienstverband van 4 jaar, 6 maanden en 13 dagen en een bruto maandsalaris van €5.138,89 bedraagt de transitievergoeding €8.409,41 bruto. Deze moet de werkgever betalen.
Verder moet de werkgever het netto-equivalent uitbetalen van 89 opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, berekend op basis van het laatstgenoten loon. De werkgever heeft geen deugdelijke tegenbewijzen of verlofadministratie ingebracht, waardoor dit risico voor zijn rekening komt. Een billijke vergoeding wordt niet toegewezen omdat er geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld.