Ontslag onterecht vanwege onder meer zoekopdrachten op ChatGPT op bedrijfslaptop

vrijdag, 27 maart 2026 (15:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet van een werknemer door zijn werkgever ongeldig verklaard. De werkgever had de werknemer per brief van 23 juni 2025 onmiddellijk ontslagen en in die brief zeven gedragingen genoemd die samen een dringende reden zouden vormen. Omdat de rechter uitgaat van een samengestelde dringende reden, moeten alle genoemde verwijten standhouden; zodra een deel niet bewezen is, blijft het ontslag niet overeind. In deze zaak kon vooral de stelling dat de werknemer bij de sollicitatie had misleid niet worden vastgesteld, waardoor het ontslag al niet rechtsgeldig bleek.

De belangrijkste door de werkgever aangevoerde punten waren: vermeende schending van re-integratieverplichtingen (weigeren te tekenen voor een plan van aanpak, gesprekken niet voeren en onbereikbaarheid; geweigerde re-integratiegesprekken op 10 en 12 juni 2025), het uitvoeren van een taakstraf tijdens arbeidsongeschiktheid in april 2025 zonder vooraf toestemming, en privézoekopdrachten met de bedrijfslaptop in ChatGPT—onder anderen naar hoe een ontslagvergoeding te vorderen en naar het kappen van bomen als taakstraf (rond 9 april 2025).

De rechter oordeelt dat niet is bewezen dat de werknemer niet wilde meewerken aan het plan van aanpak en dat ontslag op staande voet voor een zieke werknemer een te zware sanctie is; minder ingrijpende maatregelen (zoals een loonstop na een deugdelijke waarschuwing) zijn eerder passend. Het voeren van sollicitatiegesprekken tijdens ziekte bleek eveneens niet verwijtbaar, omdat niet is aangetoond dat die gesprekken het herstel zouden belemmeren. Over de taakstraf merkt de rechter dat de ChatGPT-zoekopdracht onvoldoende bewijs levert dat de taak zwaar fysiek werk betrof; wel had de werknemer vooraf toestemming moeten vragen, zoals hij eerder deed — dat is verwijtbaar maar geen grond voor ontslag op staande voet.

Wat de ChatGPT-zoekopdrachten over ontslagvergoeding en vermeende laster betreft: de werknemer heeft die zoekvragen niet betwist, maar het apparaat mocht privé worden gebruikt en uit de ingezette vragen blijkt vooral dat de werknemer wilde weten hoe hij tijdens ziekte het beste uit de situatie kon komen. Er is geen bewijs dat bedrijfsgeheimen zijn gedeeld; gedeelde informatie beperkte zich tot zijn arbeidsrelatie en is slechts in beperkte mate verwijtbaar.

Omdat het ontslag onterecht is gegeven, heeft de werknemer recht op een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en in principe een billijke vergoeding. Er bestaat onenigheid over het meerekenen van bonus en mobiliteitsvergoeding bij de berekening van deze vergoedingen; de rechter is bereid de bonus mee te wegen maar heeft de werknemer nog gelegenheid gegeven de gemiddelde bonus nader te onderbouwen.