Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, geen transitievergoeding of billijke vergoeding
In dit artikel:
Een APK-keurmeester is op 11 en 26 maart 2026 door zijn werkgever op staande voet ontslagen. Het eerste ontslag hield verband met vermoedelijke kasfraude: hij zou klanten hogere bedragen hebben laten pinnen dan op de factuur stonden en het verschil, in totaal ongeveer €3.000, uit de kassa hebben gehaald. Het tweede ontslag ging over het structureel afmelden van voertuigen die door een collega zonder keuringsbevoegdheid zouden zijn gekeurd.
De kantonrechter oordeelt dat beide ontslagen niet rechtsgeldig zijn, omdat de werkgever niet snel genoeg heeft gehandeld nadat zij uiterlijk op 23 februari 2026 van de feiten op de hoogte was. Het daaropvolgende onderzoek rechtvaardigde de vertraging niet. De werknemer berustte in het einde van zijn dienstverband, maar maakte aanspraak op verschillende vergoedingen.
Hoewel de ontslagen juridisch niet standhouden, vindt de rechter de werknemer ernstig verwijtbaar, vooral vanwege de aannemelijk gemaakte kasfraude. Daarom krijgt hij geen transitievergoeding en geen billijke vergoeding. Wel ontvangt hij €4.039,70 bruto wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn en €790,83 bruto aan achterstallige cao-loonsverhogingen inclusief vakantietoeslag. Zijn werkgever moet ook €2.294,11 terugbetalen die met zijn loon was verrekend voor vermeend gestolen kasgeld, omdat hij niet zonder meer verantwoordelijk kan worden gehouden voor alle 73 betalingen.
Verder moet de werkgever €4.621 aan pensioenpremies afdragen. Vorderingen over aanvullend achterstallig loon, vakantietoeslag en niet-uitbetaalde vakantie-uren zijn afgewezen omdat de werknemer die onvoldoende had onderbouwd. Het toepasselijke cao-loon werd vastgesteld op €4.039,70 bruto per maand.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'