Ontslag op staande voet onterecht - miscommunicatie via inroostering

woensdag, 21 januari 2026 (07:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een kantonrechter heeft geoordeeld dat een werknemer onterecht op staande voet is ontslagen door haar werkgever na een miscommunicatie over inroostering. De kern: de werknemer werkte continu bij de werkgever sinds 1 juli 2024 en kreeg hiervoor salaris; de werkgever kon daarom niet betogen dat er geen arbeidsovereenkomst bestond. Het ontslag werd gegeven op 28 augustus 2025, nadat onduidelijkheid bestond over wanneer de werknemer na haar zomervakantie moest terugkeren (de werknemer dacht 31 augustus, de werkgever meende dat zij vanaf 29 augustus beschikbaar was).

De rechter oordeelt dat deze onduidelijkheid en het feit dat de werkgever op 28 augustus via WhatsApp wist dat de werknemer 29 augustus niet beschikbaar was, geen dringende reden voor een onmiddellijke ontslagmaatregel vormen. De drempel voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is aanzienlijk hoger; een goed werkgever had eerst het gesprek moeten voeren of een schriftelijke waarschuwing moeten geven. Ook het beroep op een zogenoemde “laatste druppel” faalt omdat geen eerdere concrete waarschuwingen zijn gegeven. De mededeling via WhatsApp voldeed bovendien niet aan het vereiste van een onverwijlde, deugdelijke mededeling van ontslag.

De kantonrechter vernietigde het ontslag en kende de werknemer loon toe over de periode dat de arbeidsovereenkomst voortduurde tot de vaststaande einddatum van 31 december 2025. Voor de berekening geldt het door de werknemer onbestreden gemiddelde van 32 uur per week (artikel 7:610b BW). Daarnaast werd wettelijke rente toegewezen wegens te late betaling door de werkgever.