Ontslag op staande voet zieke werknemer terecht wegens functie elders
In dit artikel:
Een werknemer die zich ziek had gemeld, is op 30 juli 2025 op staande voet ontslagen omdat hij tijdens zijn ziekte voor een andere werkgever had gewerkt en niet eerlijk was over zijn belastbaarheid. De feiten kwamen in juni 2025 aan het licht; de werkgever had toen een extern bureau opdracht gegeven onderzoek te doen naar de activiteiten van de werknemer. Uit dat onderzoek bleek dat de werknemer op 16 en 17 oktober 2024 voor een andere werkgever had gewerkt en dat hij in juli 2025 zonder opvallend loopgedrag autoritjes maakte (op 4 en 18 juli) terwijl hij op 14 en 23 juli had gezegd wegens klachten geen collega te kunnen ontvangen.
De werkgever vroeg de werknemer (en zijn gemachtigde) om uitleg. Omdat er geen inhoudelijke, plausibele verklaring kwam, sprak de werkgever het ontslag uit. Bij de zitting gaf de werknemer pas daar enige toelichting: hij stelde onder meer dat hij veel zware medicatie gebruikte en soms verdoofd was. Die verklaring overtuigde de kantonrechter niet. De rechter vond de inconsistenties – het kunnen begeleiden van zijn vader naar een ziekenhuisafspraak, vertalen, autorijden naar BioZorg en het feit dat hij naar buiten liep zonder zichtbare afwijking – niet te rijmen met zijn beweringen dat hij niet in staat was een huisbezoek te ontvangen. Ook kon niet worden aangetoond dat hij op de genoemde juli‑data daadwerkelijk niet thuis een collega kon ontvangen. Omdat de werknemer niet open en waarheidsgetrouw had gecommuniceerd over zijn belastbaarheid, was het vertrouwen tussen partijen volgens de rechter zodanig geschaad dat onmiddellijke ontslagverlening gerechtvaardigd was.
Hoewel bij ontslag op staande voet normaliter geen transitievergoeding verschuldigd is, kreeg de werknemer toch een gedeeltelijke vergoeding toegewezen. De rechter wees een bruto transitievergoeding toe van € 12.202,10 tot en met 30 juli 2025 vanwege zijn huidige volledige arbeidsongeschiktheid volgens de bedrijfsarts, zijn rol als kostwinner en het zevenjarige dienstverband zonder eerdere incidenten. Het verzoek van de werknemer om het ontslag ongedaan te laten maken werd afgewezen.