Overeenkomst inclusief pensioenaangiften: administrateur moet boetes betalen
In dit artikel:
Een kinderdagverblijf kreeg boetes van Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) omdat loongegevens niet of foutief waren aangeleverd. Het dagverblijf had een overeenkomst van opdracht met een administratiekantoor (de administrateur) voor salarisadministratie en jaarrekeningen. De administrateur had delen van de werkzaamheden uitbesteed aan een externe medewerker (hier: medewerker 1).
Tussen december 2023 en september 2024 ontving het dagverblijf meerdere aangetekende aanzeggingen en boetefacturen van PFZW. Vanaf maart 2024 correspondeerden het dagverblijf en de administrateur via WhatsApp over deze brieven. Toen het dagverblijf in december 2024 aangaf een advocaat in te schakelen, ontstond discussie over wie eindverantwoordelijk was: het dagverblijf stelde dat de administrateur de pensioenaangiften had moeten verzorgen; de administrateur zei dat medewerker 1 daartoe gemachtigd was en dat zij slechts als intermediair had gefungeerd.
De gemachtigde van het dagverblijf sommeerde de administrateur eerst tot betaling van €13.352,38 (30 januari 2025) en kort daarna tot €14.568,02 (31 maart 2025), omdat de boetes voortvloeiden uit het niet of verkeerd uitvoeren van de pensioenaangiften. Het dagverblijf eiste via de rechter vergoeding van €14.568,02 (inclusief renteposten).
De kantonrechter onderzocht of het doen van de pensioenaangiften onderdeel uitmaakte van de overeenkomst tussen partijen en of de administrateur aansprakelijk kon worden gehouden voor fouten van de onderaannemer. Uit de correspondentie en de feitelijke gang van zaken concludeerde de rechter dat er wél een overeenkomst van opdracht tussen het kinderdagverblijf en de administrateur bestond, waarin de pensioenaangiften waren inbegrepen. Bovendien was duidelijk dat de administrateur medewerker 1 had opgedragen deze aangiften feitelijk uit te voeren; daarmee was sprake van onderaanneming.
Medewerker 1 had via e-mail erkend dat aangiften mogelijk te laat waren ingediend en daarmee impliciet bevestigd dat boetes terecht waren opgelegd. Omdat werknemer 1 als onderaannemer van de administrateur moet worden gezien, geldt diens tekortkoming jegens het dagverblijf als een tekortkoming van de administrateur zelf. Op grond van artikel 6:74 BW is de administrateur aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade.
De uitspraak: de administrateur moet het kinderdagverblijf €14.568,02 betalen, met daarnaast wettelijke rente over €13.352,28 vanaf 1 april 2025 tot volledige betaling.
Kernboodschap en betekenis: een opdrachtgever kan de opdrachtnemer aansprakelijk stellen voor fouten die voortkomen uit werkzaamheden die de opdrachtnemer laat uitvoeren door derden. Het vonnis benadrukt dat uitbesteding aan onderaannemers de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever jegens de klant niet wegneemt; administrateurs lopen daardoor risico op terugvordering van boetes wanneer pensioen- en salarisverplichtingen niet correct worden nageleefd.