Overeenkomst van opdracht voor logopedist - geen gezagsverhouding
In dit artikel:
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de relatie tussen een logopediste en de organisatie geen arbeidscontract maar een overeenkomst van opdracht betrof. De vrouw begon op 1 april 2024 als zzp’er en werkte drie dagen per week (maandag, dinsdag en woensdagochtend) op de locatie van de organisatie en één dag op een school; incidenteel behandelde zij patiënten thuis. Partijen hadden een schriftelijke overeenkomst van opdracht; het afgesproken tarief kwam na overleg op €18 per behandeling te liggen. De vrouw factureerde via haar onderneming en kreeg tijdens ziekte en vakantie geen doorbetaling.
Feitelijk had zij veel zelfstandigheid: zij bepaalde inhoudelijk zelf de behandelingen, hoefde behandelingen niet af te stemmen met de organisatie of collega-zzp’er, mocht eigen materiaal gebruiken en stond ingeschreven als ondernemer. Tegelijkerzijds was zij afhankelijk van het aantal door de organisatie aangeleverde patiënten en liep zij commercieel risico (minder uren tijdens schoolperiodes). De rechtbank vond dat deze omstandigheden samen wijzen op zelfstandigheid en dat een gezagsverhouding ontbrak; daarom is sprake van een overeenkomst van opdracht.
Over beëindiging en vergoeding ontstond discussie. De organisatie verwees naar een via WhatsApp besproken verlenging tot 1 september 2025, maar de rechter concludeerde dat de vrouw ervan uitging per 1 september 2025 in dienst te treden en dat uit het bericht geen duidelijke instemming met een verlenging tot die datum blijkt. De rechter wees verder dat de opdracht per 1 juli 2025 stilzwijgend voor eenzelfde duur van een jaar was voortgezet. In de opdracht staat een opzegtermijn van twee maanden; de organisatie zei de opdracht per brief van 21 augustus 2025 op, waarmee de overeenkomst op 22 oktober 2025 eindigde. De vrouw heeft recht op loon over de opzegtermijn (periode 1 september–22 oktober 2025).
Voor de hoogte van dat loon nam de rechter de jaren 2024–2025 in ogenschouw, maar sloot de periode februari–juni 2025 uit omdat die tijdelijk extra werk als vervanging betrof. Van het totaal gefactureerde bedrag van €16.200 werd gedeeld door 12 maanden (in plaats van 17), wat een all-in maandloon van €1.350 bruto opleverde. Voor 1–22 oktober 2025 is het dagloon berekend, resulterend in een toekenning van in totaal €2.264,52 bruto aan loon voor de periode 1 september–22 oktober 2025.