Premieheffing werkgeversbetalingen ZW- en Wazo-uitkeringen eenvoudiger
In dit artikel:
Het wetsvoorstel "vereenvoudiging premieheffing werkgeversbetalingen" bepaalt dat werkgevers over ZW- en Wazo-uitkeringen dezelfde premiepercentages betalen als over het loon uit de onderliggende dienstbetrekking. Het concept is gepubliceerd op internetconsultatie.nl (reactietermijn tot 9 maart 2026) en treedt naar verwachting op 1 januari 2028 in werking, gelijktijdig met een wijziging van het Besluit IKV die ervoor zorgt dat ZW- en Wazo-betalingen in dezelfde IKV (loonaangiftecategorie) worden opgenomen als het bijbehorende loon.
Waarom: werkgevers ervaren de huidige gedifferentieerde premieheffing als complex, vooral wanneer zij zowel loon als ZW- of Wazo-uitkeringen uitbetalen. Door één premiepercentage voor loon en bijbehorende uitkeringen af te dwingen wil het kabinet administratieve lasten verminderen, de aangifte vereenvoudigen en handhaving door de Belastingdienst vergemakkelijken. In de uitvoeringspraktijk gebeurt dit al vaak, het wetsvoorstel formaliseert die gangbare werkwijze.
Belangrijke gevolgen en cijfers:
- Vereenvoudiging: werkgevers hoeven voortaan loon en bijbehorende ZW-/Wazo-uitkeringen niet meer in aparte rubrieken aan te geven; dit maakt loonaangifte eenvoudiger en vermindert regeldruk.
- Software en uitvoering: leveranciers moeten de premieafdracht in systemen aanpassen; bouw-, test- en uitrolwerk wordt geraamd op 50–70 uur per softwareontwikkelaar (gemiddeldekostprijs €80/uur). Initiële handmatige actie door administratief personeel wordt ingeschat op 10–20 minuten per werkgever, maar na automatisering zijn structurele handelingen niet meer nodig.
- Financiële impact: in 2026 betreft het ongeveer €4,3 miljard aan Wazo- en ZW-uitkeringen die door de wijziging worden geraakt. Collectief gaan werkgevers circa €36 miljoen meer aan premies afdragen; daarvan wordt circa €38 miljoen door grote werkgevers gedragen, kleine werkgevers gaan als groep licht vooruit (uitslag per individuele kleine werkgever hangt van contractmix af).
- Tariefverschillen: voor kleine werkgevers daalt de te betalen Aof-premie (het verschil tussen hoge en lage Aof is in 2026 circa 1,36 procentpunt). Werkgevers met veel flex-contracten betalen juist een hogere AWf-premie over uitkeringen (verschil tussen laag en hoog AWf in 2026 circa 5 procentpunt). Voor grote werkgevers met vaste krachten verandert er niets.
- Compensatie: het kabinet compenseert de lastenverzwaring door de AWf-premies zo te verlagen dat de opbrengststructuur 36 miljoen lager uitkomt—ongeveer een tariefverlaging van 0,01 procentpunt voor zowel het hoge als lage AWf-tarief. Deze keuze is gemaakt omdat de extra kosten vooral bij werkgevers met het hoge AWf-tarief neerslaan.
- Regeldrukbesparing: door automatisering wordt een structurele regeldrukbesparing van circa €4,2 miljoen verwacht.
Het wetsvoorstel heeft directe werking bij inwerkingtreding en bevat geen overgangsrecht. Doelstelling is vooral praktische vereenvoudiging en betere handhaafbaarheid van premieheffing voor werkgevers en uitvoeringsinstanties.