Pseudo-eindheffing fossiele auto: antwoord op vragen wetgevingsoverleg Belastingplan 2027

dinsdag, 20 oktober 2026 (13:51) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Staatssecretaris Eerenberg van Financiën heeft schriftelijke Kamervragen beantwoord over de voorgestelde pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s in het Belastingplan 2027. De heffing geldt vanaf 2027 voor werkgevers die een niet-elektrische auto voor het eerst mede voor privégebruik aan een werknemer ter beschikking stellen, ook wanneer de auto wordt gehuurd.

Voor vervangend vervoer bij onderhoud of reparatie stelt het kabinet een uitzondering voor. Een fossiele vervangende auto telt maximaal 14 dagen per keer niet mee voor de heffing. Die uitzondering mag meerdere keren per jaar worden gebruikt. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat werkgevers worden aangeslagen wanneer een garagebedrijf geen elektrische vervangende auto beschikbaar heeft. Ook de verhuursector wordt hiermee tegemoetgekomen.

Voor tijdelijk gehuurde auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, is geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Wordt een huurauto ook privé of voor woon-werkverkeer gebruikt, dan geldt de heffing alleen wanneer de auto vanaf 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. Het kabinet wil zulke tijdelijke terbeschikkingstellingen bovendien tot 1 januari 2031 uitzonderen wanneer de auto maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar beschikbaar is. Door deze termijn wil het kabinet tijdelijke huur afbakenen zonder een onduidelijk begrip als ‘vaste terbeschikkingstelling’ te hoeven definiëren.

Auto’s die vóór 1 januari 2027 al door dezelfde werkgever ter beschikking zijn gesteld, vallen onder het overgangsrecht. Daarover is tot 2031 geen pseudo-eindheffing verschuldigd, ook niet als zij later langer tijdelijk worden gebruikt. Het overgangsrecht blijft eveneens gelden bij een fusie, overname of overgang naar een andere werkgever. Ook auto’s die vóór die datum aan een IB-ondernemer of diens werknemers ter beschikking stonden, behouden die bescherming wanneer de onderneming bijvoorbeeld in een bv wordt ingebracht.

De werkgever blijft verantwoordelijk voor de aangifte en betaling, niet het verhuurbedrijf. Wel moeten werkgevers gegevens zoals kenteken en huurperiode bijhouden; verhuurbedrijven kunnen hen daarbij ondersteunen. Het kabinet verwacht dat de heffing ook verhuurbedrijven zal stimuleren hun wagenpark te elektrificeren. Een aparte regeling voor werkgevers met hooguit 25 werknemers wijst het kabinet af, omdat die de maatregel minder effectief en moeilijk uitvoerbaar zou maken.

Het kabinet staat wel positief tegenover een mogelijk Kameramendement om elke fossiele auto de eerste veertien dagen na terbeschikkingstelling buiten de heffing te houden. Dat zou ruimer zijn dan het huidige voorstel, omdat het ook vaste auto’s betreft en de veertien dagen over het jaar mogen worden verspreid. De administratieve verplichting om per auto het aantal terbeschikkingstellingsdagen te registreren blijft dan echter bestaan.

Volgend jaar voert het kabinet alsnog een mkb-toets uit om te beoordelen of de uitzonderingen in de praktijk werkbaar zijn. Voor auto’s ouder dan 25 jaar blijft de cataloguswaarde buiten beschouwing en wordt aangesloten bij de waarde in het economisch verkeer, vooral omdat catalogusprijzen van oudere voertuigen moeilijk te achterhalen zijn. De grens wijkt af van de youngtimerregeling, die op twintig jaar ligt, omdat beide regelingen een verschillend doel hebben.

Voor demonstratieauto’s komt geen aparte vrijstelling. Bij uitsluitend zakelijk gebruik geldt de heffing al niet, maar privégebruik – bijvoorbeeld een werknemer die ermee naar een sportclub rijdt – valt er wel onder. Een extra uitzondering zou volgens het kabinet niet passen bij het doel om emissievrij rijden te stimuleren.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Albert Verlinde over Rob Jetten: 'Ik snap niet waarom deze premier alles zo pr-matig doet!'