Pseudo-eindheffing fossiele auto: in juni meer duidelijkheid over oplossen knelpunten
In dit artikel:
In het commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart 2026 stelde de Tweede Kamer vragen aan staatssecretaris Marnix Eerenberg over de aankomende pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s, die per 1 januari 2027 ingaat. Twintig werkgeversorganisaties, op initiatief van BOVAG, stuurden onlangs een brandbrief waarin zij waarschuwen voor onbedoelde neveneffecten en uitvoeringsproblemen.
Specifieke knelpunten die in de Kamer aan de orde kwamen zijn onder meer tijdelijke of vervangende vervoersvormen, wagenparkbeheer binnen concerns, onderhoudsritten door werknemers en vooral lesauto’s van rijscholen. Die laatste groep rijdt vaak in wisselende routes en gebruikt nog veelal handgeschakelde brandstofauto’s zodat leerlingen kunnen leren schakelen; rijscholen zouden volgens critici onevenredig veel administratieve lasten krijgen doordat elke zakelijke kilometer via een rittenadministratie moet worden vastgelegd.
Eerenberg bevestigde dat de pseudo-eindheffing er per 2027 komt en ziet die als een bewuste prikkel om fossiel gebruik te ontmoedigen. Tegelijk erkent hij dat het stelsel ongewenste neveneffecten kan hebben en wil hij binnen een uitvoerbaar kader onderzoeken welke problemen te verhelpen zijn zonder het instrument te verzwakken door “uitzondering op uitzondering”. Hij beloofde hierover vóór de zomer een Kamerbrief te sturen, met de verwachting dat die in juni verschijnt en concrete duidelijkheid en eventuele mitigatiemaatregelen zal bieden.
Voor werkgevers, rijscholen en fleetmanagers betekent dit dat er nog ruimte is voor aanpassingen, maar dat de beleidsintentie — het ontmoedigen van fossiele zakelijke auto’s — onverminderd blijft.