Raad van State adviseert over wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie
In dit artikel:
De Raad van State concludeert dat de geplande implementatiedeadline van de EU-richtlijn loontransparantie (7 juni 2026) in Nederland onhaalbaar is en adviseert het kabinet de gevolgen daarvan expliciet te beschrijven. Het wetsvoorstel zet de Europese regels om om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen door meer openheid over salarissen en verplichtingen voor werkgevers, zoals een systeem voor functiewaardering en -indeling en rapportageverplichtingen voor grotere werkgevers.
Belangrijkste opmerkingen en aanbevelingen van de Raad:
- Tijdpad en rapportagedata: in de toelichting staat als streefdatum voor inwerkingtreding uiterlijk 1 januari 2027. De Raad wil dat het kabinet toelicht wat de effecten zijn van het overschrijden van de formele implementatietermijn. Daarnaast wijst de Raad erop dat de richtlijn expliciet voorschrijft dat werkgevers met 150 of meer werknemers uiterlijk op 7 juni 2027 voor het eerst moeten rapporteren; het Nederlands voorstel schuift dit naar 7 juni 2028, wat volgens de Raad niet past bij de richtlijn en aangepast moet worden.
- Verlichting administratieve lasten: de richtlijn biedt de lidstaten de optie om (een deel van) loonrapportages door een nationale overheidsdienst te laten opstellen, wat de last voor werkgevers kan verminderen en de gegevens vergelijkbaarder maakt. De regering gebruikt deze optie niet in het wetsvoorstel; de Raad vraagt om een betere motivering van die keuze en om te onderzoeken of bestaande data‑ketens (zoals loonaangifte) op termijn bruikbaar zijn.
- Organisatie en toezicht: de Raad adviseert om de uitvoerende en ondersteunende taken van het voorgenomen monitoringsorgaan als dienstonderdeel onder te brengen bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
- Non-binaire werknemers: de toelichting is volgens de Raad onvoldoende duidelijk over hoe beloningen van non‑binaire personen in informatie‑ en rapportageverplichtingen moeten worden meegenomen; concrete aanwijzingen voor werkgevers ontbreken.
- Privacy en rechtsgrondslag: er bestaat een spanning tussen transparantie en bescherming van persoonsgegevens; het risico dat individuele lonen herleidbaar worden moet zo klein mogelijk blijven. De Raad vraagt om helderheid welke rechtsgrondslag voor dataverwerking geldt (waarschijnlijk: naleving van een wettelijke verplichting) en om te beperken welke verwerkingen zijn toegestaan.
De Raad benadrukt dat hoewel het doel — gelijke beloning — belangrijk is, de voorgestelde maatregelen ingrijpend kunnen zijn voor werkgevers en dat realistische verwachtingen over effectiviteit en lasten in de toelichting horen te staan. De Raad verzoekt dat deze punten worden verwerkt voordat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaat.