Recht op billijke vergoeding, maar die is nihil, geen loonaanspraak meer
In dit artikel:
Een werknemer die voor de Drug Enforcement Administration (DEA) werkte in Turkije en Nederland kreeg na meer dan twee jaar ziekte ontslag. De kantonrechter oordeelt dat hij recht heeft op een transitievergoeding over het hele dienstverband vanwege opvolgend werkgeverschap, maar dat andere geldvorderingen grotendeels falen of verjaard zijn.
Belangrijkste beslissingen en feiten
- Werkgever: de Verenigde Staten/DEA; werkplek: Turkije en Nederland. De arbeidsovereenkomst is door de werkgever beëindigd zonder toestemming van het UWV en zonder schriftelijke instemming van de werknemer.
- Transitievergoeding: de rechter berekent de vergoeding op basis van salarisschaal FSN-9 (de door de VS gehanteerde classificatie voor de speciaal voor de werknemer gemaakte functie). De werknemer had aangevoerd dat hij in FSN-10 had moeten zitten, maar hij heeft niet overtuigend aangetoond dat zijn werk structureel afweek van de functiebeschrijving waarop de classificatie is gebaseerd. De berekende bruto transitievergoeding bedroeg €58.455,49; daarvan was reeds €17.703,95 betaald als onderdeel van de eindafrekening, zodat toewijsbaar blijft €40.751,54 bruto.
- Billijke vergoeding: formeel is ontslag zonder UWV-toestemming onrechtmatig en geeft recht op een billijke vergoeding. De rechter stelt die vergoeding toch op nihil, omdat uit medische stukken (arbeidsdeskundig rapport van 14 juni 2024) en de verwachtte UWV-beoordeling volgt dat het UWV naar alle waarschijnlijkheid toestemming zou hebben gegeven en dat, zelfs als de procedure wél was doorlopen, dit financieel niets voor de werknemer had veranderd. Hij was immers al langer dan twee jaar arbeidsongeschikt, waarna de loondoorbetalingsplicht was geëindigd.
- Achterstallig loon/inschaling: vorderingen voor correctie in inschaling (FSN-10) en toelagen zijn deels verjaard. Vorderingen over perioden vóór 1 april 2020 zijn verjaard omdat de werknemer geen schriftelijke stuiting heeft aangetoond. De klachtplicht ten aanzien van achterstallig salaris is niet geschonden voor het salaris zelf (de werknemer had vroegtijdig bezwaar gemaakt), maar wel voor overuren.
- Overuren: de werknemer vroeg betaling van overuren (2018–2021). De werkgever heeft gemotiveerd gesteld dat overuren destijds gedeclareerd en volledig uitbetaald zijn; de werknemer heeft dit niet betwist en heeft te laat geklaagd (pas in april 2025). Daardoor faalt zijn vordering tot betaling van die overuren.
Context en conclusies
De uitspraak illustreert dat een formeel onrechtmatige ontslaghandeling (zonder UWV-toestemming) niet automatisch tot een financiële tegemoetkoming leidt als aannemelijk is dat door het volgen van de juiste procedure dezelfde uitkomst was bereikt. Ook laat de zaak zien dat het strikt bewijs- en schriftelijkheidsvereisten rond verjaring en stuiting van loonvorderingen van groot belang zijn: mondelinge klachten richting HR leiden niet tot stuiting; tijdige schriftelijke klachten zijn vereist.