Recht op compensatie pensioenpremie voor uitzendkracht
In dit artikel:
Per 1 januari 2026 geldt voor uitzendkrachten op grond van de nieuwe cao ABU/NBBU en een uitspraak van de Hoge Raad recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, waaronder pensioen. De pensioenregeling voor uitzendkrachten is ondergebracht bij StiPP en is per die datum verbeterd. Artikel 46 (Pensioen en gelijkwaardigheid) bepaalt dat een uitzendkracht recht heeft op compensatie wanneer de werkgeversbijdrage van de inlener hoger is dan de werkgeversbijdrage volgens de StiPP-regeling.
Werkgevers moeten jaarlijks nagaan of compensatie verschuldigd is. In de praktijk betekent dit dat de totale werkgeverskosten voor pensioen (premies en bepaalde kosten, exclusief het nabestaandenoverbruggingspensioen en de beheervergoeding) worden omgerekend naar een percentage van de pensioengrondslag en vergeleken met het StiPP-percentage. In het artikel worden rekenvoorbeelden gegeven: een werkgever met een progressive premiestaffel kwam uit op een totaal werkgeverspercentage van ~12,785%, lager dan StiPP’s 15,9% — dus geen compensatie nodig.
Door de Wet toekomst pensioenen moeten nieuwe werknemers uiteindelijk naar een flatrate-premie. Als een inlener een flatrate (bijvoorbeeld 15% zonder werknemersbijdrage) invoert voor nieuwe medewerkers, terwijl bestaande medewerkers de progressieve staffel behouden, geldt voor uitzendkrachten die voor de transitiedatum al bij de inlener werkten het gemiddelde werkgeverspercentage; voor uitzendkrachten die daarna worden geplaatst geldt de flatrate. Dat is nodig om gelijkwaardigheid tussen uitzendkracht en vaste medewerker in vergelijkbare functie te waarborgen.
Voor bedrijfstakpensioenfondsen gelden specifieke situaties: bij PFZW (premie werkgever 12,9%, max pensioengevend salaris €137.800 voor 2026) is er meestal geen compensatie zolang het inkomen onder het maximum blijft; bij hogere inkomens kan wel compensatie vereist zijn omdat vaste werknemers dan feitelijk meer pensioenopbouw krijgen. Bij Bpf Vervoer (werkgeverspremie 19,84%, max pensioengevend salaris €79.409) is de werkgeverspremie hoger dan StiPP, waardoor uitzendkrachten recht hebben op compensatie. De compensatie wordt berekend met (werkgeverspremie inlener - werkgeverspremie StiPP) × correctiefactor; voor 2026 is die factor 0,853.
In de praktijk verstrekt veelal het uitzendbureau de compensatie (meestal via salaris) maar zal dit doorgaans bij de inlener in rekening worden gebracht. Omdat premies, franchise, maximum pensioengevend salaris en cao-correctiefactoren jaarlijks kunnen wijzigen, is het van belang dat inlener en uitzendbureau jaarlijks overleggen en de berekening opnieuw controleren. Auteur: Ron Mulder, pensioenadviseur bij Alpina en docent bij MOC Uitgevers.