Reistijd voor zieke werknemer is werktijd, ongeschikt voor eigen werk

woensdag, 28 oktober 2026 (08:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat de WIA-uitkering van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer terecht is toegekend. De werknemer werkte vóór haar ziekte vier dagen thuis en één dag op kantoor. Na eerdere uitval hervatte zij vanaf januari 2022 haar eigen werk gedeeltelijk en in aangepaste vorm, uitsluitend vanuit huis.

UWV kende haar met ingang van 22 februari 2023 een loongerelateerde WGA-uitkering toe. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 39,74 procent. De werkgever vond dat UWV een praktische schatting had moeten maken op basis van de feitelijk gewerkte uren en stelde dat de werknemer haar eigen werk kon uitvoeren. Volgens de CRvB waren de loon- en urenregistraties echter onvoldoende betrouwbaar om de daadwerkelijke loonwaarde vast te stellen. Het ontvangen volledige loon was bovendien niet representatief voor het aangepaste werk.

Bij de beoordeling van het eigen werk moest ook de wekelijkse reis naar kantoor worden meegenomen. Die reis duurde afhankelijk van het vervoermiddel twee tot drie uur per enkele reis. Omdat de reistijd als werktijd gold, kwam de werkdag uit op tien tot elf uur. Daarmee overschreed de werknemer haar medische belastbaarheid: zij mocht maximaal zes uur per dag zitten en twee uur staan, samen maximaal acht uur.

De CRvB verwierp daarom het hoger beroep van de werkgever. De conclusie blijft dat het eigen werk te zwaar was en dat geen praktische schatting hoefde te worden uitgevoerd. De toekenning van de WIA-uitkering en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid blijven in stand.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Merel Ek probeert te vluchten tijdens In de Wandelgangen: 'Dit gaat weer he-el-maal fout!'