Scenario's loondoorbetaling bij ziekte, meer werkbaar voor werkgevers
In dit artikel:
Het kabinet onderzoekt hoe de verplichtingen rond loondoorbetaling bij ziekte beter uitvoerbaar kunnen worden, vooral voor kleine en middelgrote werkgevers. Minister Aartsen van Werk en Participatie informeerde de Tweede Kamer over verschillende scenario’s naar aanleiding van aangenomen moties. Ook loopt een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter; daarover volgt eind dit jaar meer informatie.
Werkgevers moeten zieke werknemers nu maximaal 104 weken minimaal 70 procent van het loon doorbetalen en samen met hen werken aan re-integratie. In de praktijk wordt vaak meer betaald: de meeste werknemers ontvangen over twee ziektejaren 170 procent of meer van hun loon. Vooral kleinere werkgevers vinden de financiële en administratieve verplichtingen zwaar. Hoewel circa 70 procent van de werkgevers met 2 tot 50 werknemers zich hiervoor heeft verzekerd, zegt 45 procent dat de regels een belemmering vormen om mensen een vast contract te geven. Nederland kent internationaal een uitzonderlijk lange periode waarin werkgevers individueel verantwoordelijk zijn voor loondoorbetaling.
De huidige aanpak heeft de terugkeer naar werk bevorderd, maar de instroom in de WIA neemt toe en werkgevers ervaren het stelsel als belastend. Het kabinet bekijkt daarom onder meer de volgende mogelijkheden:
- Het beperken van bovenwettelijke loondoorbetaling. Werkgevers en werknemers spreken die aanvullingen vrijwillig af, maar ze kunnen volgens het kabinet de financiële prikkel tot snelle werkhervatting verkleinen, het ziekteverzuim verhogen en de loonkosten opdrijven.
- Het verkorten van de loondoorbetalingsperiode van twee jaar naar anderhalf of één jaar, met een overeenkomstige verkorting van de WIA-wachttijd en een eerdere mogelijkheid tot ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit verlaagt de directe lasten en vergroot de wendbaarheid van werkgevers, maar kan de WIA-instroom sterk verhogen en de prikkel voor re-integratie verminderen. De totale werkgeverskosten kunnen daardoor via hogere premies alsnog stijgen.
- Het vervangen van het tweede loondoorbetalingsjaar voor kleine werkgevers door een collectieve regeling. Dat ontlast individuele werkgevers, maar kan eveneens leiden tot minder re-integratie en meer WIA-aanvragen. Het kabinet verwacht dat dit effect bij grote werkgevers groter is.
- Het inkorten van een UWV-loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie van maximaal 52 naar 26 weken. Daarmee daalt het maximale loondoorbetalingsrisico van drie naar 2,5 jaar, maar vooral werkgevers die hun re-integratieverplichtingen niet goed nakomen worden ontlast.
- Het vereenvoudigen van ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid. Als UWV heeft vastgesteld dat een werkgever voldoende aan re-integratie heeft gedaan, zou een aparte ontslagtoets kunnen vervallen. Dat vermindert de administratie, maar ook de ontslagbescherming van werknemers.
- Het uitbreiden van de no-riskpolis voor werknemers die via een zogenoemd tweede spoor bij een andere werkgever re-integreren. Daardoor wordt het aantrekkelijker om deze werknemers eerder rechtstreeks in dienst te nemen.
Het kabinet wil de gevolgen van de scenario’s bespreken met de Tweede Kamer en sociale partners. Daarbij moeten de beheersbaarheid van de WIA-instroom, goede re-integratiemogelijkheden, de uitvoerbaarheid van de sociale zekerheid en een beter functionerende arbeidsmarkt tegen elkaar worden afgewogen.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat, in tegenstelling tot Johan Derksen, helemaal stuk om flauw filmpje