Schenking, bij scheiding afzien van verevening pensioenrechten: hoe zit het?
In dit artikel:
De Kennisgroep successiewet van de Belastingdienst beantwoordt een vraag over het afzien van pensioenverevening bij echtscheiding. In het voorbeeld zijn Anne en Bas gehuwd; Anne bouwde tijdens het huwelijk ouderdomspensioen op waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) van toepassing is. Bij de scheiding ziet Bas vrijwillig af van zijn recht op de helft van dat tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen en ontvangt hij daarvoor geen financiële compensatie.
De Belastingdienst stelt dat dit handelen als een schenking moet worden aangemerkt. De Wvps kent beide echtgenoten recht op de helft van het opgebouwde ouderdomspensioen; wanneer de ene partner afziet zonder vergoeding, wordt die partner feitelijk verarmd en de ander verrijkt. Omdat het afzien bewust en overeengekomen is, ontbreekt geen bevoordelingsbedoeling en is er dus sprake van een vrijwillige gift. Dit geldt ook als partijen in een echtscheidingsconvenant de Wvps buiten toepassing verklaren — tenzij de partner die afziet wél gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld bij de verdeling van de gemeenschap van goederen. In dat geval is geen schenking aan de orde.
Kortom: in Nederland kan het schriftelijk en onbetaald afzien van pensioenverevening bij echtscheiding door een echtgenoot worden beschouwd als een schenking met mogelijke fiscale consequenties, tenzij er sprake is van een tegenprestatie of compensatie.