Slapend dienstverband: wel of geen opbouw vakantiedagen?

woensdag, 28 januari 2026 (11:36) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Twist in de regels over vakantieopbouw bij een slapend dienstverband: twee recente gerechtelijke uitspraken trekken tegengestelde conclusies, waardoor onzekerheid ontstaat voor HR-afdelingen.

Wat speelde: een zieke werknemer met een slapend dienstverband eiste bij beëindiging uitbetaling van vakantiedagen tot het einde van het contract. De werkgever wilde alleen vakantiedagen vergoeden tot het moment waarop de loondoorbetalingsplicht (de loonsanctie) was geëindigd.

Rechtbank Gelderland (zomer): deze rechtbank oordeelde dat de Nederlandse regeling (artikel 7:634 BW) in strijd kan zijn met Europees recht. De rechter stelde dat ook langdurig zieke werknemers — zelfs na 104 weken ziekte en zonder loonontvangst — volledige vakantieopbouw kunnen hebben, verwijzend naar Europese jurisprudentie die vakantieopbouw bij arbeidsongeschiktheid beschermt.

Rechtbank Noord-Nederland (december 2025): deze rechtbank kwam juist tot het tegenovergestelde oordeel: bij een slapend dienstverband is geen recht op vakantieopbouw omdat de Europese richtlijn volgens hen alleen ziet op periodes waarin de werknemer aanspraak op loon heeft.

Regeringsstandpunt: het demissionaire kabinet steunt de uitlegging dat vakantieopbouw stopt zodra de loondoorbetalingsplicht eindigt en ziet geen grond voor wetswijziging; artikel 7:634 BW zou niet in strijd zijn met EU-recht.

Wat betekent dit voor HR: er bestaat op dit moment geen eenduidige jurisprudentie. HR-afdelingen doen er verstandig aan de ontwikkelingen te volgen, interne afspraken en berekeningen zorgvuldig te documenteren en bij twijfel juridische advies in te winnen voordat zij vakantiedagen uitbetalen of afwijzen. Artikel en advies komen van Monica Louwe, arbeidsrechtjurist bij SD Worx.