Stagevergoeding in cao's in 2025: vaak 400 euro per maand
In dit artikel:
Uit de jaarlijkse monitor “stagevergoedingen in cao’s” (analyse van reguliere cao’s aangemeld bij het ministerie van SZW) blijkt dat afspraken over stages in 2025 in veel cao’s voorkomen, maar dat concrete vergoedingen minder vaak zijn vastgelegd. Van de 654 onderzochte cao’s noemt 68% (445) stages; bij 124 daarvan is dat louter een bepaling over de werkingssfeer en bij 322 is er inhoudelijke regelgeving over stages.
Stagevergoedingen komen in 22% (146) van alle cao’s voor — dat is 45% van de cao’s met inhoudelijke stageafspraken. In 77% van die 146 cao’s (112) wordt een specifiek maandbedrag genoemd, variërend van €150 tot €750, waarbij €400 per maand het meest voorkomt. In 44% van de cao’s met een vaste vergoeding krijgt iedere stagiair hetzelfde bedrag, en in een deel daarvan (19% van die groep) staat expliciet dat de vergoeding voor alle opleidingsniveaus gelijk is. Slechts 9% van de 146 cao’s maakt nog onderscheid naar opleidingsniveau.
Onkostenvergoedingen voor stagiairs zijn in 8% (53) van alle cao’s geregeld; de reiskostenvergoeding is daar het meest gebruikelijke onderdeel. Over de inzetbaarheid van stagiairs (begeleiding, takenpakket en beperkingen op productieve inzet) schrijven 9% (61) van de cao’s iets voor.
Specifiek voor BBL-trajecten bevat 28% (182) van de cao’s afspraken; in 54% daarvan gaat het om loonafspraken voor bbl’ers, en in ruim de helft van die loonafspraken (52%) spelen leeftijdsverschillen een rol. Slechts 10% van deze cao’s noemt een maximaal aantal leerplaatsen; 41% regelt onkostenvergoedingen voor bbl’ers, waarbij doorbetaling van onderwijsdagen het vaakst voorkomt.
De monitor biedt hiermee inzicht in in hoeverre cao-partijen aandacht besteden aan vergoedingen, begeleiding en randvoorwaarden voor stages, thema’s die aansluiten bij de doelstellingen van het stagepact MBO. Er is ook een infographic beschikbaar met de kerncijfers.