Te veel ontvangen salaris mag worden teruggevorderd en verrekend

vrijdag, 13 maart 2026 (07:22) - Salaris Vanmorgen

In dit artikel:

Een medewerkster van het Ministerie van Defensie kreeg tussen 2 december 2019 en 12 september 2021 structureel te veel salaris uitbetaald omdat ze feitelijk 27,3 uur per week werkte (door ouderschapsverlof en roostervrije uren) terwijl haar aanstelling formelerwijs op 38 uur bleef staan. Voor het ouderschapsverlof was een rekest ingediend en verwerkt; voor de structurele vermindering door roostervrije uren (5,4 uur) was aanvankelijk geen formeel rekest ingediend, waardoor de salarisadministratie de uren niet had aangepast.

Pas op 18 oktober 2021 diende zij met terugwerkende kracht per 2 december 2019 alsnog een rekest in voor die 5,4 uren en dat rekest werd goedgekeurd. Naar aanleiding daarvan meldde de salarisadministratie op een loonstrook van 15 februari 2022 een vordering van €9.576,67 en stelde de staatssecretaris op 23 februari 2022 formeel terugvordering in. De vrouw maakte bezwaar; op 3 februari 2023 verklaarde de staatssecretaris het bezwaar deels gegrond (bijstelling van de vordering) maar handhaafde het overige. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden beide dat de terugvordering terecht was.

Belangrijke onderdelen van het oordeel:
- De onverschuldigde betalingen ontstonden doordat de vrouw al minder werkte zonder dat daarvoor tevoren een door haar leidinggevende en commandant ondertekend rekest was ingediend; het gebrek aan formele toestemming maakte het teveel uitbetaald loon onverschuldigd.
- De vrouw verwees naar de zogeheten zes-maandenjurisprudentie en een e-mail van 7 januari 2020, waarin zij vroeg of alles geregeld was voor haar roostervrije uren en ouderschapsverlof. Zowel rechtbank als Raad vonden die e-mail geen concreet genoeg signaal dat er te veel salaris werd betaald en oordeelden dat de zes-maandenregel daarom niet van toepassing was.
- De staatssecretaris heeft niet onzorgvuldig gehandeld door niet binnen zes maanden te verhalen en er was geen sprake van een administratieve fout of onjuiste verwerking van een goedgekeurd verzoek; de goedkeuring voor de uren kwam immers pas later met terugwerkende kracht.
- De terugvordering is beperkt door een algemene vervaltermijn; betalingen over december 2019 en januari 2020 werden uitgezonderd, waardoor de vordering in wezen beperkt bleef tot twee jaar na uitbetaling van het onverschuldigd betaalde loon.

Praktische afwikkeling: een deel van het bedrag is verrekend met latere salarissen tot de beslagvrije voet; na inhoudingen bleef €3.176,89 over waarvoor de vrouw uitstel kreeg tot 1 augustus 2023 en dat bedrag is inmiddels voldaan.

De klacht van de vrouw dat de terugvordering onredelijk of financieel schrijnend was, werd niet bewezen geacht. Conclusie: de terugvordering en verrekening door de staatssecretaris bleven in stand en het beroep van de vrouw werd uiteindelijk afgewezen.