Tien keer niet of te laat op werk is reden voor ontslag op staande voet
In dit artikel:
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet van een werknemer rechtsgeldig is. De werknemer werd op 27 augustus 2025 direct ontslagen nadat zij op 26 augustus opnieuw niet of niet op tijd op het werk was verschenen; in totaal ging het om tien keren dat zij afwezig of te laat was. De werkgever had haar volgens de rechter herhaaldelijk gewaarschuwd — onder meer via een online portaal (waar ook loonstroken stonden) en per e-mail — en had eerder al negen waarschuwingen en loonsancties opgelegd zonder dat het gedrag verbeterde.
De werknemer verscheen niet bij de mondelinge behandeling en heeft dus geen verweer kunnen voeren tegen de stellingen over de waarschuwingen; de werkgever verklaarde dat de waarschuwingen gewoon in het portaal beschikbaar waren en dat de werknemer nog toegang daartoe heeft. Daarnaast is niet betwist dat de werkgever haar persoonlijk had aangesproken en dat e-mails op het bij indiensttreding opgegeven adres waren verzonden (onder andere voor waarschuwingen van 4, 8 en 19 augustus 2025).
Het beroep op persoonlijke omstandigheden (vermoeidheid en rugklachten op 4 augustus 2025) slaagt niet omdat die klachten niet voldoende onderbouwd of gemeld waren en de werkgever daar niet van op de hoogte was. De rechter vond ook dat de werkgever niet verplicht was eerst een lichtere maatregel te proberen: gezien de lange reeks eerdere waarschuwingen en sancties heeft de werknemer haar kansen verspeeld. Verder staat het gebruik van oudere incidenten als grond voor ontslag niet in de weg voor een ontslag op staande voet. Omdat het ontslag direct (de dag na de laatste afwezigheid) schriftelijk werd bevestigd, achtte de rechter het ontslag onverwijld gegeven en daarmee rechtsgeldig.
Kort: op basis van herhaalde waarschuwings- en sanctiegeschiedenis, het ontbreken van onderbouwing van persoonlijke omstandigheden en de onmiddellijke mededeling van het ontslag heeft de kantonrechter het ontslag op staande voet gehandhaafd.