Transitievergoeding berekenen en verwerken: dit moet je weten voor de werkgever
In dit artikel:
Werkgevers moeten in veel gevallen een transitievergoeding betalen wanneer zij een arbeidsovereenkomst beëindigen of niet verlengen. In de tekst wordt uitgelegd dat deze wettelijke ontslagvergoeding geldt vanaf de eerste werkdag, dus ook bij korte dienstverbanden. Alleen in uitzonderingen, zoals ernstig verwijtbaar gedrag van de werknemer, ontslag rond de AOW-leeftijd of bij faillissement/surseance van de werkgever, vervalt de verplichting.
De hoogte wordt berekend met de bekende formule: voor ieder dienstjaar een derde van het bruto maandsalaris, en voor losse maanden of dagen naar rato. Daarbij telt niet alleen het basissalaris mee, maar ook bepaalde vaste looncomponenten. Als voorbeeld laat het artikel zien dat een werknemer met een salaris van €2.400 en een dienstverband van 6 jaar en 8 maanden uitkomt op €5.333 bruto.
Daarnaast wijst het artikel op de fiscale en administratieve kant: de vergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking en valt onder de loonheffing. Ook moet het bedrag in principe binnen één maand na het einde van het dienstverband worden betaald; anders kan wettelijke rente verschuldigd zijn. Voor 2026 geldt bovendien een maximum van €102.000 bruto, of één jaarsalaris als dat hoger is.
Een belangrijk aandachtspunt is de compensatieregeling van UWV bij ontslag na twee jaar ziekte. De werkgever betaalt dan eerst de transitievergoeding, maar kan die in veel gevallen volledig terugvragen, mits de aanvraag met de juiste stukken op tijd wordt ingediend. Het artikel is vooral bedoeld om werkgevers en salarisprofessionals te helpen fouten te voorkomen en dit onderdeel van het ontslagproces correct af te handelen.
De Oranjezomer: Guido den Aantrekker wekt verbazing met verhaal over Thijs Römer: 'Schei uit!'