'Uitzendkracht heeft recht op gelijkwaardige beloning, maar dit gaat mis'
In dit artikel:
Sinds 1 januari 2026 hebben uitzendkrachten in Nederland recht op een "gelijkwaardige beloning": het totale arbeidsvoorwaardenpakket (loon, toeslagen, werktijden, vakantie, reiskosten, scholing, pensioen e.d.) moet minimaal evenveel waard zijn als dat van een vaste collega in dezelfde functie. Volgens Henry Stroek van het CNV-team Bestrijding Misbruik Uitzendconstructies (BUMC) is die regeling echter bij veel uitzendbureaus nog niet goed geïmplementeerd, met nadelige gevolgen voor werknemers.
Stroek spreekt van chaos: de meeste bureaus zouden hun administratie en contracten niet op orde hebben, waardoor honderdduizenden uitzendkrachten nog geen duidelijke "nieuwe stijl"-contracten hebben en onterechte inhoudingen ervaren. Vooral de kosten voor huisvesting zorgen voor grote problemen. Wettelijk mogen uitzendbureaus maximaal 25% van het wettelijk minimumloon voor huisvesting inhouden; in enkele cao’s (Glastuinbouw, Open Teelten, Dierhouderij) geldt een lagere grens van 20%. Dat komt neer op maximaal €159,85 respectievelijk €111,80. Veel uitzendbureaus brengen echter hogere bedragen in rekening door te beweren dat die lagere maximumsommen exclusief 21% btw gelden en die btw apart door te berekenen.
CNV stelt dat zulke maximale prijsafspraken onder de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden vallen; LTO, ABU en NBBU hebben die redenering volgens Stroek bevestigd. Toch zouden sommige uitzendbureaus de regels in hun eigen voordeel interpreteren en via inhoudingen, verrekeningen of machtigingen extra kosten bij werknemers neerleggen — een verschil dat voor fulltime werkende uitzendkrachten tot circa €200 netto per maand kan schelen. Stroek waarschuwt dat dit er zelfs toe leidt dat laagbetaalde uitzendkrachten op hun loonstrook in de min kunnen staan en pleit voor harde maatregelen, waaronder een uitzendverbod voor bureaus die de regels opzettelijk schenden.
De achterliggende oorzaak ziet CNV in het feit dat de grote uitzendkoepels ABU en NBBU weigerden een cao met de drie grote vakbonden (CNV, FNV, De Unie) te sluiten en in plaats daarvan afspraken maakten met de kleinere LBV, zonder heldere invulling van de gelijkwaardige beloning. Daardoor ontbreekt nu breed gedragen juridische en contractuele duidelijkheid, waardoor interpretatieverschillen en financiële nadelen voor uitzendkrachten ontstaan.