Vakantietoeslag en openstaande vakantie-uren aan werknemer uitbetalen
In dit artikel:
De arbeidsovereenkomst van de werknemer liep van 1 oktober 2023 tot 1 september 2025. De werkgever had de vakantietoeslag over juli en augustus 2025 en de resterende vakantie-uren niet uitbetaald. De bewindvoerder van de werknemer vorderde daarom betaling daarvan.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever €432 bruto aan vakantietoeslag moet betalen. Dit bedrag was wel op de loonstroken verwerkt, maar nog niet daadwerkelijk uitbetaald en is door de werkgever niet betwist.
Over het aantal openstaande vakantie-uren bestaat wel verschil van inzicht. Volgens de bewindvoerder gaat het om 222,64 uur, goed voor €3.745,48 bruto zonder en €4.177,48 bruto met vakantietoeslag. Die berekening is gebaseerd op een saldo van 148 uur eind 2024, 138,64 in 2025 opgebouwde uren en 64 opgenomen uren. Omdat de werkgever geen verlofoverzicht had verstrekt, reconstrueerde de werknemer de opgenomen uren aan de hand van zijn agenda.
De werkgever betwist het genoemde saldo, maar heeft dat nog niet onderbouwd. De kantonrechter geeft hem daarom de gelegenheid om met een verlofregistratie uit de salarisadministratie aan te tonen hoeveel uren nog openstaan. Daarna mag de bewindvoerder daarop reageren.
De Oranjezomer: Victor Vlam kritisch tegen Dilan Yeşilgöz over VVD: 'Er gebeurt te weinig op jullie asielbeleid!'